(Stads)mensen hebben meer natuur nodig

De natuur helpt ons tot rust komen bij overprikkeling

Opgroeien en leven in een ‘versteende’ omgeving trekt een wissel op de vitaliteit van mensen. Een klein beetje meer natuur – zelfs een natuurfoto(!) – levert al een duidelijk meetbaar positief verschil op. Hoe komt dat? Wat is het effect van stad en natuur op onze hersenen? Deze literatuurstudie geeft antwoord op die vragen.

Hieronder een samenvatting:

Meer groen: langere levensduur en minder zelfmoorden

Natuur in de stad helpt gezond te blijven, zo leert de statistiek. Onderzoekers van de universiteit van Glasgow analyseerden gegevens over de volksgezondheid in 268 stadsgebieden in Engeland en vonden een directe relatie met de aanwezigheid van parken en boszones. Meer groen kwam overeen met een langere levensduur en minder zelfmoorden. Hoe groter een nabijgelegen groenzone, hoe groter ook het effect. In een Japans onderzoek bleken ouderen langer te leven als ze in de nabijheid van een park woonden. Deense en Canadese onderzoekers vonden een negatieve relatie tussen de aanwezigheid van parken in de woonomgeving en overgewicht.

Loopgenoot Wandelcoaching park Amsterdam

Een klein beetje natuur helpt al

De drempel voor het ‘natuureffect’ blijkt verrassend laag: een klein beetje natuur helpt al. Cornell University bracht in kaart hoeveel groen kinderen konden zien vanuit hun raam. Ook na correctie voor sociale en economische verschillen bleef een opvallende relatie bestaan: hoe meer groen in het uitzicht, hoe beter de kinderen konden omgaan met stressvolle levenservaringen.

Zelfs in een laboratorium is een duidelijk verschil te meten wanneer proefpersonen, gelegen in een nauwe en lawaaierige MRI-scanner, naar foto’s kijken van een bos, berg of weide. De natuurfoto’s veroorzaakten een verhoogde activiteit in de auditieve schors (luisteren), het pallidum (vrije beweging), caudatus (gevoel van waarde) en precunius (zelfbewustzijn en reflectie), activiteit die je zou kunnen samenvatten onder ‘innerlijke beleving’. Foto’s van gebouwen die als contrast werden gebruikt, activeerden juist extern gerichte activiteit met sterke pieken in de visuele schors (kijken) en de temporale pool (rekening houden met anderen).

Een natuurfoto of het uitzicht op een enkele boomkruin biedt dus al een duidelijk meetbaar verschil. Het grootste effect wordt gemeten wanneer proefpersonen ‘in de natuur’ zijn, zonder dat ze nog een gebouw of weg kunnen zien.

Karin Leeuwenhoek Loopgenoot Wandelcoaching Amsterdam Alphen aan den Rijn

Betere concentratie

Mensen kunnen zich beter concentreren – hebben meer macht over hun aandacht – na een wandeling door het park of een kopje thee in de tuin, doordat hun hersenen eventjes niet zijn blootgesteld aan het bombardement van aandachtsprikkels van de stedelijke omgeving. Deze Attention Restoration Theory is de laatste jaren uitgebreid getest en bevestigd.

Kinderen met ADHD zijn extra gevoelig voor het zintuiglijke bombardement van de stedelijke omgeving. Zij hebben daarom extra veel baat bij bomen en planten. Na een wandeling van twintig minuten door een park werd bij hen een aanmerkelijk hogere gerichte aandacht gemeten dan na een wandeling van twintig minuten door een woonbuurt of een stadscentrum. Onderzoekers bepleiten ‘een dagelijkse dosis natuur’ als vast onderdeel in de begeleiding van deze groep kinderen.

Karin Leeuwenhoek Loopgenoot Wandelcoaching Amsterdam

Vervreemding van de natuur

Een natuurlijke omgeving vormt een ‘vluchtheuvel’ voor de overbelaste geest. Bomen en planten zijn niet alleen prikkelarm, ze roepen ook een soort fascinatie op. Fascinatie dimt de onvrijwillige aandacht (=het aandachtssysteem dat zich laat sturen door prikkels van buiten). Zo ontstaat er rust en kunnen gerichte aandacht, werkgeheugen en zelfbeheersing zich herstellen.

Stedelingen hebben echter een voorkeur om hun aandachtssysteem te belasten en dat is niet vreemd. Immers, wie de gewoonte heeft ontwikkeld om zich door omgevingsimpulsen te laten leiden, wordt vanzelf eerder aangetrokken door een prikkelrijke omgeving dan door een prikkelarme omgeving zoals een park.

Hetzelfde verschijnsel is onderzocht bij het switchen tussen media. Mensen die moeite hebben hun aandacht flexibel te richten, gebruiken vaker meerdere media tegelijk. Juist dat ze hun aandacht minder goed kunnen richten, zorgt ervoor dat ze alles tegelijk proberen te doen en hun overbelaste aandacht zo nog meer belasten.

Ook hier bijt de slang in zijn eigen staart: we keren de natuur de rug toe omdat we ervan vervreemd zijn.

Stadsmensen zijn gevoeliger voor omgevingsprikkels en stress

De relatie van de stadsmens met de natuur is complex. Mensen die opgroeien in een verstedelijkte omgeving zijn het gevoeligst voor omgevingsprikkels en stress, hebben dus de grootste behoefte aan natuur en zijn desondanks juist minder geneigd die natuur op te zoeken. Onder invloed van alle prikkels ontwikkelen hun hersenen een prikkelzoekende strategie, ten kosten van een actieve controle over de aandacht en zelfbeheersing. Door die verminderde zelfcontrole laat de stedeling zich gemakkelijk meeslepen in een levenspatroon vol drukte en stress.

Natuur als basisgereedschap voor kinderen

De teruggang van het buitenspelen versterkt deze vicieuze cirkel. Kinderen dreigen zichzelf af te snijden van drie copingstrategieën: natuurervaring, fysieke beweging en onderzoekend spelen. Er is daarom goede reden om aan te nemen dat natuureducatie en natuurlijke speelgelegenheden en schoolpleinen een wezenlijke bijdrage leveren aan gezondheid en leerklimaat. Kinderen vertrouwd maken met en geïnteresseerd maken in natuur is waardevol. Het vormt een basisgereedschap om gezond en succesvol te zijn in een stedelijke omgeving.

Lees hier ook mijn blogs over het nut van wandelcoaching en hoe we een betere mentale gezondheid krijgen door te wandelen in de natuur.

Mail me voor meer info of een eerste wandelafspraak: info@loopgenoot.nl

Karin Leeuwenhoek Loopgenoot Wandelcoaching Amsterdam Alphen aan den Rijn