Deel 3 van de Nederlandse vertaling die ik maakte van het interview met John Welwood zoals in 2011 gepubliceerd in Tricycle Magazine (lees hier Deel 1 en Deel 2).
Welwood gebruikte de term spiritual bypassing voor onze misplaatste pogingen om boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen, vóórdat we die echt helemaal aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten.
In dit deel van het interview – met als volledige titel Human Nature, Buddha Nature: On Spiritual Bypassing, Relationship, and the Dharma. An interview with John Welwood by Tina Fossella – vertelt hij over het gevaar van het niet serieus nemen van gevoelens:
Wat zijn de gevolgen van het negeren van je gevoelens?
Vanuit mijn perspectief als existentieel psycholoog is gevoel een vorm van intelligentie. Het is de directe, holistische, intuïtieve manier van het lichaam om te weten en te reageren, die zeer afgestemd en intelligent is. In tegenstelling tot emotionaliteit, wat een reactie is die jou meesleurt, helpt gevoel je om naar binnen te gaan en verbinding te maken met waar je bent.
Helaas maakt het traditionele boeddhisme geen duidelijk onderscheid tussen gevoel en emotie, dus worden ze vaak op één hoop gegooid als iets egoïstisch dat overwonnen moet worden.
Welke tools of methoden zijn volgens u effectief voor het omgaan met moeilijke gevoelens en relationele problemen?
Ik heb een proces ontwikkeld dat ‘onvoorwaardelijke aanwezigheid’ heet, wat inhoudt dat je contact maakt met, toestaat, je openstelt voor en je zelfs overgeeft aan wat je ervaart. Tijdens dit proces help ik mensen om diep in hun gevoelde ervaring te duiken en die zich geleidelijk te laten openbaren en ontvouwen, stap voor stap. Ik noem dit ‘tracking and unpacking‘.
Je volgt het proces van het huidige ervaren, je volgt het nauwlettend en kijkt waar het je naartoe leidt. En dan pak je de overtuigingen, identiteiten en gevoelens uit die onbewust of impliciet aanwezig zijn in wat je ervaart. Wanneer we op deze manier bewustzijn brengen naar onze ervaring, is het alsof je een verwarde bol garen ontrafelt: de verschillende knopen komen geleidelijk tevoorschijn en worden één voor één ontward.
Als resultaat hiervan merken we dat we aanwezig kunnen zijn op plekken waar we afwezig waren of losgekoppeld waren van onze ervaring. Door contact te maken met delen van onszelf die onze hulp nodig hebben, ontwikkelen we een intieme, geaarde innerlijke afstemming met onszelf. En dat kan ons weer helpen om gemakkelijker contact te maken met anderen die ook vastzitten.
Ik ben erachter gekomen dat als mensen zowel aan psychologisch werk als meditatie doen, die twee elkaar over en weer op gunstige, synergetische manieren kunnen aanvullen. Samen zorgen ze voor een reis die zowel heling als ontwaking omvat. Soms is de ene manier van werken geschikter om met een bepaalde situatie in ons leven om te gaan, soms de andere.
Wat voor rol speelt compassie in deze benadering?
Het woord compassie betekent letterlijk ‘meevoelen’. Je kunt geen compassie hebben als je niet eerst bereid bent om te voelen wat je voelt. Openstaan voor wat je voelt, brengt een bepaalde rauwheid en tederheid tevoorschijn – dat wat Trungpa Rinpoche ‘de zachte plek’ noemde en wat het zaadje is voor bodhicitta (een geest/hart vol liefde/zachtheid).
Het is iets kwetsbaars.
Ja. Dat is het teken dat je dichter bij bodhicitta komt. Ook die rauwheid is behoorlijk humbling. Zelfs als we al tientallen jaren aan spirituele beoefening doen, komen er nog steeds van die grote, rauwe, rommelige gevoelens naar boven – misschien een diep reservoir van verdriet of hulpeloosheid.
Maar als we deze gevoelens kunnen erkennen en onszelf er volledig voor openstellen, bewegen we naar een grotere openheid toe, op een manier die gegrond is in onze menselijkheid. We rijpen tot een oprecht persoon door te leren ruimte te maken voor het volledige scala aan ervaringen die we doormaken.
Hoe weet je of je niet aan het zwelgen bent in gevoelens?
Een bekende vraag. Zwelgen is vastzitten in een fixatie die gevoed wordt door het steeds opnieuw herhalen van bekende verhalen in je hoofd. Onvoorwaardelijke aanwezigheid daarentegen gaat over het openstaan voor een gevoel, in plaats van verstrikt te raken in verhalen over dat gevoel.
Als het gevoel bijvoorbeeld verdriet is, kan zwelgen inhouden dat je je fixeert op een verhaal als ‘arme ik’, in plaats van in direct contact te komen met het werkelijke verdriet zelf. Dus in je gevoel duiken klinkt misschien als zwelgen, maar ik zou de bereidheid om je ervaring volledig en open tegemoet te treden een vorm van onverschrokkenheid noemen.
Trungpa Rinpoche leerde dat onverschrokkenheid de bereidheid is om je angst tegemoet te treden en te voelen. We zouden dat kunnen uitbreiden door te zeggen dat onverschrokkenheid de bereidheid is om tegemoet te treden, onder ogen te zien, op te nemen, ruimte te maken voor, te verwelkomen, toe te staan, je open te stellen voor en je zelfs over te geven aan wat we ook maar ervaren.
Eigenlijk is het heel dapper om je behoefte aan gezonde hechting en verbondenheid te erkennen, te voelen en ervoor open te staan, bijvoorbeeld als je relationeel gewond bent. Erin zwelgen daarentegen betekent dat je je op die behoefte fixeert en je erdoor laat leiden.
Wat zou onze sangha’s helpen bij het ontwikkelen van betere communicatie en meer emotionele transparantie?
We moeten werken aan relaties. Ik zie relaties als de voorhoede van de huidige menselijke evolutie. Het is de arena waar het het moeilijkst is om bewust en wakker te blijven.
We zouden kunnen beginnen met het erkennen van het feit dat spirituele gemeenschappen onderhevig zijn aan dezelfde onbewuste groepsdynamieken waaraan elke groep onderhevig is. Mensen in groepen triggeren onvermijdelijk elkaars relationele wonden en reactiviteit. Het is belangrijk om te zien dat alles waarop we reageren bij anderen, een spiegel is van iets wat we niet erkennen in onszelf. Dit duidelijk herkennen en erkennen kan ons helpen om beter met communicatieproblemen in de sangha om te gaan.
Dus mensen moeten hun eigen persoonlijke werk doen?
In samenhang met hun spirituele beoefening ja. Misschien moeten we in westerse dharmagemeenschappen een aantal eenvoudige manieren ontwikkelen om mensen te helpen bij hun psychologische werk.
We moeten ook leren hoe we persoonlijk en eerlijk met elkaar kunnen praten, vanuit de huidige ervaring, in plaats van het napraten van de leringen over wat we denken dat we zouden moeten ervaren. En er is nodig wat Thich Nhat Hanh ‘diep luisteren’ noemt, gebaseerd op het leren luisteren naar onze eigen ervaring. Afgestemd luisteren is een heilige activiteit: een vorm van overgave, ontvangen, toelaten. We moeten dit erkennen als onderdeel van ons spirituele werk.
Thich Nhat Hanh zei dat liefhebben luisteren is.
Ja. Het is nodig dat we een grote tolerantie en waardering ontwikkelen voor de verschillende persoonlijke stijlen waarmee we de dharma belichamen. Want als we genoegen nemen met een one-size-fits-all dharma, zijn we gedoemd tot eindeloze ‘ik-ben-heiliger-dan-jij’-wedstrijdjes en beter proberen te zijn dan een ander.
Hoewel we allemaal de dharma vereren, hebben we allemaal verschillende manieren om dat te belichamen en uit te drukken. Dus leve het verschil, want dat is iets moois. Het eren van individuele verschillen zou enorm kunnen helpen bij het verminderen van interne strijd binnen de sangha.
En dan nog een laatste vraag over gehechtheid in relaties: zegt u dat je om echt onthecht te zijn, eerst gehecht moet zijn?
Vanuit de menselijke evolutie bekeken is onthechting een leer voor gevorderden. Ik denk dat we in staat moeten zijn tot een bevredigende menselijke hechting voordat ware onthechting mogelijk is. Anders zal iemand die onveilig gehecht is onthechting waarschijnlijk verwarren met vermijdend hechtingsgedrag.
Voor vermijdende types is hechting eigenlijk bedreigend en eng. Dus voor vermijdende types zou heling inhouden dat je bereid bent en in staat bent om je behoeften aan menselijke verbondenheid te voelen, in plaats van ze spiritueel te omzeilen. Pas als dat gebeurt, begint onthechting enige zin te krijgen.
De overleden Dzogchen-meester Chagdud Tulku zei ooit iets heel krachtigs over de relatie tussen gehechtheid en onthechting. Hij zei: ‘Mensen vragen me vaak of lama’s gehechtheden hebben. Ik weet niet wat andere lama’s hierop zouden antwoorden, maar ik moet zeggen: ja. Ik besef dat mijn studenten, mijn familie, mijn land geen inherente realiteit hebben, en toch blijf ik diep aan ze gehecht. Ik besef dat mijn gehechtheid geen inherente realiteit heeft, en toch kan ik de ervaring ervan niet ontkennen.’ En hij besluit hiermee: ‘Desondanks weet ik, vanuit het besef van de lege aard van gehechtheid, dat mijn motivatie om alle voelende wezens te helpen deze gehechtheid moet overstijgen.’
Ik vind dit een prachtige verwoording van onthechte hechting. Het op deze manier opnemen van de menselijke natuur naast de boeddhanatuur (én-én), terwijl ze allebei in de grootst mogelijke context worden geplaatst, is enorm krachtig.

