John Welwood over de spirituele bypass | Vertaling Karin Leeuwenhoek (Deel 3)

Karin Leeuwenhoek Loopgenoot Wandelcoaching Amsterdam Spirituele Spiritual Bypass

Deel 3 van de Nederlandse vertaling die ik maakte van het interview met John Welwood zoals in 2011 gepubliceerd in Tricycle Magazine (lees hier Deel 1 en Deel 2).

Welwood gebruikte de term spiritual bypassing voor onze misplaatste pogingen om boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen, vóórdat we die echt helemaal aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten.

In dit deel van het interview – met als volledige titel Human Nature, Buddha Nature: On Spiritual Bypassing, Relationship, and the Dharma. An interview with John Welwood by Tina Fossella – vertelt hij over het gevaar van het niet serieus nemen van gevoelens:

Wat zijn de gevolgen van het negeren van je gevoelens?

Vanuit mijn perspectief als existentieel psycholoog is gevoel een vorm van intelligentie. Het is de directe, holistische, intuïtieve manier van het lichaam om te weten en te reageren, die zeer afgestemd en intelligent is. In tegenstelling tot emotionaliteit, wat een reactie is die jou meesleurt, helpt gevoel je om naar binnen te gaan en verbinding te maken met waar je bent.

Helaas maakt het traditionele boeddhisme geen duidelijk onderscheid tussen gevoel en emotie, dus worden ze vaak op één hoop gegooid als iets egoïstisch dat overwonnen moet worden.

Welke tools of methoden zijn volgens u effectief voor het omgaan met moeilijke gevoelens en relationele problemen?

Ik heb een proces ontwikkeld dat ‘onvoorwaardelijke aanwezigheid’ heet, wat inhoudt dat je contact maakt met, toestaat, je openstelt voor en je zelfs overgeeft aan wat je ervaart. Tijdens dit proces help ik mensen om diep in hun gevoelde ervaring te duiken en die zich geleidelijk te laten openbaren en ontvouwen, stap voor stap. Ik noem dit ‘tracking and unpacking‘.

Je volgt het proces van het huidige ervaren, je volgt het nauwlettend en kijkt waar het je naartoe leidt. En dan pak je de overtuigingen, identiteiten en gevoelens uit die onbewust of impliciet aanwezig zijn in wat je ervaart. Wanneer we op deze manier bewustzijn brengen naar onze ervaring, is het alsof je een verwarde bol garen ontrafelt: de verschillende knopen komen geleidelijk tevoorschijn en worden één voor één ontward.

Als resultaat hiervan merken we dat we aanwezig kunnen zijn op plekken waar we afwezig waren of losgekoppeld waren van onze ervaring. Door contact te maken met delen van onszelf die onze hulp nodig hebben, ontwikkelen we een intieme, geaarde innerlijke afstemming met onszelf. En dat kan ons weer helpen om gemakkelijker contact te maken met anderen die ook vastzitten.

Ik ben erachter gekomen dat als mensen zowel aan psychologisch werk als meditatie doen, die twee elkaar over en weer op gunstige, synergetische manieren kunnen aanvullen. Samen zorgen ze voor een reis die zowel heling als ontwaking omvat. Soms is de ene manier van werken geschikter om met een bepaalde situatie in ons leven om te gaan, soms de andere.

Wat voor rol speelt compassie in deze benadering?

Het woord compassie betekent letterlijk ‘meevoelen’. Je kunt geen compassie hebben als je niet eerst bereid bent om te voelen wat je voelt. Openstaan ​​voor wat je voelt, brengt een bepaalde rauwheid en tederheid tevoorschijn – dat wat Trungpa Rinpoche ‘de zachte plek’ noemde en wat het zaadje is voor bodhicitta (een geest/hart vol liefde/zachtheid).

Het is iets kwetsbaars.

Ja. Dat is het teken dat je dichter bij bodhicitta komt. Ook die rauwheid is behoorlijk humbling. Zelfs als we al tientallen jaren aan spirituele beoefening doen, komen er nog steeds van die grote, rauwe, rommelige gevoelens naar boven – misschien een diep reservoir van verdriet of hulpeloosheid.

Maar als we deze gevoelens kunnen erkennen en onszelf er volledig voor openstellen, bewegen we naar een grotere openheid toe, op een manier die gegrond is in onze menselijkheid. We rijpen tot een oprecht persoon door te leren ruimte te maken voor het volledige scala aan ervaringen die we doormaken.

Hoe weet je of je niet aan het zwelgen bent in gevoelens?

Een bekende vraag. Zwelgen is vastzitten in een fixatie die gevoed wordt door het steeds opnieuw herhalen van bekende verhalen in je hoofd. Onvoorwaardelijke aanwezigheid daarentegen gaat over het openstaan ​​voor een gevoel, in plaats van verstrikt te raken in verhalen over dat gevoel.

Als het gevoel bijvoorbeeld verdriet is, kan zwelgen inhouden dat je je fixeert op een verhaal als ‘arme ik’, in plaats van in direct contact te komen met het werkelijke verdriet zelf. Dus in je gevoel duiken klinkt misschien als zwelgen, maar ik zou de bereidheid om je ervaring volledig en open tegemoet te treden een vorm van onverschrokkenheid noemen.

Trungpa Rinpoche leerde dat onverschrokkenheid de bereidheid is om je angst tegemoet te treden en te voelen. We zouden dat kunnen uitbreiden door te zeggen dat onverschrokkenheid de bereidheid is om tegemoet te treden, onder ogen te zien, op te nemen, ruimte te maken voor, te verwelkomen, toe te staan, je open te stellen voor en je zelfs over te geven aan wat we ook maar ervaren.

Eigenlijk is het heel dapper om je behoefte aan gezonde hechting en verbondenheid te erkennen, te voelen en ervoor open te staan, bijvoorbeeld als je relationeel gewond bent. Erin zwelgen daarentegen betekent dat je je op die behoefte fixeert en je erdoor laat leiden.

Wat zou onze sangha’s helpen bij het ontwikkelen van betere communicatie en meer emotionele transparantie?

We moeten werken aan relaties. Ik zie relaties als de voorhoede van de huidige menselijke evolutie. Het is de arena waar het het moeilijkst is om bewust en wakker te blijven.

We zouden kunnen beginnen met het erkennen van het feit dat spirituele gemeenschappen onderhevig zijn aan dezelfde onbewuste groepsdynamieken waaraan elke groep onderhevig is. Mensen in groepen triggeren onvermijdelijk elkaars relationele wonden en reactiviteit. Het is belangrijk om te zien dat alles waarop we reageren bij anderen, een spiegel is van iets wat we niet erkennen in onszelf. Dit duidelijk herkennen en erkennen kan ons helpen om beter met communicatieproblemen in de sangha om te gaan.

Dus mensen moeten hun eigen persoonlijke werk doen?

In samenhang met hun spirituele beoefening ja. Misschien moeten we in westerse dharmagemeenschappen een aantal eenvoudige manieren ontwikkelen om mensen te helpen bij hun psychologische werk.

We moeten ook leren hoe we persoonlijk en eerlijk met elkaar kunnen praten, vanuit de huidige ervaring, in plaats van het napraten van de leringen over wat we denken dat we zouden moeten ervaren. En er is nodig wat Thich Nhat Hanh ‘diep luisteren’ noemt, gebaseerd op het leren luisteren naar onze eigen ervaring. Afgestemd luisteren is een heilige activiteit: een vorm van overgave, ontvangen, toelaten. We moeten dit erkennen als onderdeel van ons spirituele werk.

Thich Nhat Hanh zei dat liefhebben luisteren is.

Ja. Het is nodig dat we een grote tolerantie en waardering ontwikkelen voor de verschillende persoonlijke stijlen waarmee we de dharma belichamen. Want als we genoegen nemen met een one-size-fits-all dharma, zijn we gedoemd tot eindeloze ‘ik-ben-heiliger-dan-jij’-wedstrijdjes en beter proberen te zijn dan een ander.

Hoewel we allemaal de dharma vereren, hebben we allemaal verschillende manieren om dat te belichamen en uit te drukken. Dus leve het verschil, want dat is iets moois. Het eren van individuele verschillen zou enorm kunnen helpen bij het verminderen van interne strijd binnen de sangha.

En dan nog een laatste vraag over gehechtheid in relaties: zegt u dat je om echt onthecht te zijn, eerst gehecht moet zijn?

Vanuit de menselijke evolutie bekeken is onthechting een leer voor gevorderden. Ik denk dat we in staat moeten zijn tot een bevredigende menselijke hechting voordat ware onthechting mogelijk is. Anders zal iemand die onveilig gehecht is onthechting waarschijnlijk verwarren met vermijdend hechtingsgedrag.

Voor vermijdende types is hechting eigenlijk bedreigend en eng. Dus voor vermijdende types zou heling inhouden dat je bereid bent en in staat bent om je behoeften aan menselijke verbondenheid te voelen, in plaats van ze spiritueel te omzeilen. Pas als dat gebeurt, begint onthechting enige zin te krijgen.

De overleden Dzogchen-meester Chagdud Tulku zei ooit iets heel krachtigs over de relatie tussen gehechtheid en onthechting. Hij zei: ‘Mensen vragen me vaak of lama’s gehechtheden hebben. Ik weet niet wat andere lama’s hierop zouden antwoorden, maar ik moet zeggen: ja. Ik besef dat mijn studenten, mijn familie, mijn land geen inherente realiteit hebben, en toch blijf ik diep aan ze gehecht. Ik besef dat mijn gehechtheid geen inherente realiteit heeft, en toch kan ik de ervaring ervan niet ontkennen.’ En hij besluit hiermee: ‘Desondanks weet ik, vanuit het besef van de lege aard van gehechtheid, dat mijn motivatie om alle voelende wezens te helpen deze gehechtheid moet overstijgen.’

Ik vind dit een prachtige verwoording van onthechte hechting. Het op deze manier opnemen van de menselijke natuur naast de boeddhanatuur (én-én), terwijl ze allebei in de grootst mogelijke context worden geplaatst, is enorm krachtig.

John Welwood over de spirituele bypass | Vertaling Karin Leeuwenhoek (Deel 2)

Karin Leeuwenhoek Loopgenoot Wandelcoaching Amsterdam Spirituele Spiritual Bypass

Deel 2 van de vertaling die ik maakte van het interview met John Welwood dat in 2011 werd gepubliceerd in Tricycle Magazine (lees Deel 1 hier). Dit beroemde interview heeft als titel Human Nature, Buddha Nature, maar gaat specifiek over het fenomeen van de ‘spirituele bypass’.

Welwood bedacht deze term voor het gebruiken van spirituele ideeën en praktijken om onze emotionele issues te omzeilen en zo boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen vóórdat we die echt aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten. Hij kwam die neiging tot spiritual bypassing tegen in de boeddhistische gemeenschap waar hij deel van uitmaakte en ook in zichzelf.

John Welwood vertelt verder over de menselijke natuur en de boeddhanatuur:

De grote paradox van zowel mens zijn als boeddha zijn, is dat we zowel afhankelijk als onafhankelijk zijn. Een deel van ons is voor alles volledig afhankelijk van mensen, van eten en kleding tot liefde, verbondenheid, inspiratie en hulp bij onze ontwikkeling. Ook al is onze boeddhanatuur niet afhankelijk – want dat is de ‘absolute waarheid’ –, onze menselijke belichaming is dat wel; dat is de ‘relatieve waarheid’. (cf. de boeddhistische leer van de twee waarheden: de relatieve (aardse, menselijke, tijdelijke) waarheid en de absolute, ultieme waarheid – KL)

Dus we kunnen zowel gehecht als onthecht zijn?

Ja. Onthechting leert ons iets over onze ultieme aard. Maar om uit te groeien tot een gezond mens, hebben we een basis van veilige hechting nodig in de positieve, psychologische zin. Dat betekent: hechte emotionele banden hebben met andere mensen, wat bevorderlijk is voor verbondenheid, geaarde belichaming en welzijn. Zoals de natuuronderzoeker John Muir schreef: ‘Wanneer we iets op zichzelf proberen te onderscheiden, blijkt het met duizend onzichtbare en onbreekbare koorden vast te zitten aan al het andere in het universum.’ Op dezelfde manier kan de hand niet functioneren tenzij hij vastzit aan de arm – dat is gehechtheid in de positieve zin. We zijn onderling verbonden, verweven en onderling afhankelijk van alles in het universum. Op menselijk niveau kunnen we niet anders dan ons enigszins gehecht te voelen aan mensen die dicht bij ons staan.

Dus het is normaal om diep te rouwen als we iemand verliezen die ons dierbaar is. Ik heb gehoord dat toen Chögyam Trungpa Rinpoche (Welwoods grote boeddhistische leermeester – KL) de herdenkingsdienst voor zijn dierbare vriend en collega Shunryu Suzuki bijwoonde, hij schreeuwde van verdriet en openlijk huilde. Hij erkende zijn nauwe banden met Suzuki Roshi en het was prachtig dat hij zijn gevoelens zo kon laten zien.

Omdat we een bepaalde vorm van gehechtheid aan anderen niet kunnen vermijden, is de vraag: ‘is dit gezonde of ongezonde hechting?’ Ongezond in psychologische termen is een onveilige hechting, want die leidt ofwel tot angst voor nauw persoonlijk contact of tot een obsessie ermee. Mensen die opgroeien met een veilige hechting zijn meer vertrouwend, waardoor ze interessant genoeg veel minder geneigd zijn om zich aan anderen vast te klampen. Misschien kunnen we dat wel ‘onthechte hechting’ noemen.

Helaas kunnen we onthechting gemakkelijk verwarren met het vermijden van hechting. Het vermijden van hechting is echter geen vrijheid van hechting. Het is een andere vorm van vastklampen: vastklampen aan de ontkenning van je menselijke hechtingsbehoeften, vanuit een wantrouwen dat liefde betrouwbaar is.

Dus het vermijden van hechtingsbehoeften is een andere vorm van gehechtheid?

Ja. De hechtingstheorie binnen de ontwikkelingspsychologie onderscheidt een vorm van onveilige hechting die een ‘vermijdende hechtingsstijl’ wordt genoemd. De vermijdende hechtingsstijl ontstaat bij kinderen van wie de ouders consequent emotioneel afwezig zijn. Deze kinderen leren voor zichzelf te zorgen en niets van anderen nodig te hebben. Dat is hun aanpassings-/overlevingsstrategie – en op zich een slimme en nuttige. Want als je behoeften niet vervuld worden, is het te pijnlijk om ze te blijven voelen. Je kunt je er maar beter van afwenden en zelf een op zichzelf staande compenserende identiteit ontwikkelen.

Wat gebeurt er in een sanghagemeenschap als veel leden een vermijdende hechtingsstijl hebben?

Vermijdende types hebben de neiging om de behoeften van anderen af ​​te wijzen omdat ze hun eigen behoeften afwijzen.

Zou dit een verklaring kunnen zijn voor een deel van de relationele problemen in onze sangha‘s?

Absoluut. Het zorgt ervoor dat mensen zich gerechtvaardigd voelen om elkaars gevoelens en behoeften niet te respecteren. Het is niet verrassend dat ‘behoefte’ vaak een soort vies woord is in spirituele gemeenschappen.

Mensen voelen zich niet vrij om te zeggen wat ze willen?

Juist. Je zegt niet wat je wilt omdat je niet als behoeftig gezien wilt worden. Je probeert onthecht te zijn. Maar dat is als een onrijpe vrucht die probeert zich los te maken van de tak in plaats van te ontvangen wat hij nodig heeft zodat hij op een natuurlijke manier kan rijpen en loslaten. Als onze spirituele beoefening ver vooruitloopt op onze menselijke ontwikkeling, rijpen we niet volledig. Onze beoefening is misschien wel rijp, maar ons leven niet. En er is een bepaald punt waarop die kloof heel pijnlijk wordt.

Dus eigenlijk zegt u dat spiritueel bypassen niet alleen onze dharmabeoefening corrumpeert, maar ook onze rijping tot hele en geïntegreerde mensen tegenhoudt?

Ja. Een manier waarop het de ontwikkeling tegenhoudt, is door van spirituele leringen voorschriften te maken wat je zou moeten doen, hoe je zou moeten denken, hoe je zou moeten spreken, hoe je je zou moeten voelen. Dan wordt onze spirituele praktijk overgenomen door een soort spiritueel superego; de stem die ‘zou moeten’ in ons oor fluistert. Dat is een groot obstakel voor rijping, omdat het ons gevoel van tekortschieten voedt.

Een Indiase leraar wiens werk ik bewonder, Swami Prajnanpada, zei dat ‘idealisme een daad van geweld is’. Proberen te leven naar een ideaal in plaats van authentiek te zijn waar je bent, kan een vorm van innerlijk geweld worden als dit jou in tweeën splitst en het de ene kant tegen de andere opzet. Wanneer we onze spirituele praktijken gebruiken om ‘goed te zijn’ en om een ​​onderliggend gevoel van tekortkoming of onwaardigheid af te weren, dan verandert het in een soort kruistocht.

Lees verder in Deel 3

John Welwood over de spirituele bypass | Vertaling Karin Leeuwenhoek (Deel 1)

Karin Leeuwenhoek Loopgenoot Wandelcoaching Amsterdam Spirituele Spiritual Bypass

Het onderstaande artikel is de vertaling die ik maakte van het interview met John Welwood zoals dat in 2011 werd gepubliceerd in Tricycle Magazine.

John Welwood (overleden in 2019) was een pionier als het gaat om de relatie tussen westerse psychotherapie en boeddhistische beoefening. Zijn idee van spiritual bypassing oftewel de spirituele bypass – het spiritueel voorbijgaan aan onze menselijke issues – is een sleutelconcept geworden voor wie de valkuilen van spirituele beoefening wil begrijpen.

Psychotherapeut Tina Fossella (wier vragen ik hieronder zal cursiveren) besprak met Welwood hoe dit concept zich ontwikkelde nadat hij het in de jaren 80 introduceerde:

U introduceerde de term ‘spiritual bypassing’ 30 jaar geleden. Voor wie niet bekend is met het concept: kunt u uitleggen wat dit betekent?

Ik gebruikte de term ‘spiritual bypassing’ voor het eerst om een proces te beschrijven dat ik in mijn boeddhistische gemeenschap en ook in mezelf zag gebeuren. Ook al probeerden de meesten van ons oprecht aan zichzelf te werken, toch zag ik een wijdverbreide neiging om spirituele ideeën en praktijken te gebruiken om het aankijken van onopgeloste emotionele issues, psychische wonden en onafgeronde (zelf)ontwikkelingsprocessen uit de weg te gaan.

Bij een spirituele bypass gebruiken we vaak het doel van verlichting of bevrijding om boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen, vóórdat we die echt helemaal aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten. We kunnen ons idee van ‘absolute waarheid’ ook gebruiken om op ‘relatieve’ menselijke behoeften, gevoelens, psychologische en relationele problemen en ontwikkelingsachterstanden neer te kijken, ze weg te relativeren of te verwerpen.

Dat zie ik als een fundamenteel gevaar van het spirituele pad, in die zin dat spiritualiteit de neiging heeft om voorbij te gaan aan onze huidige karmische situatie.

Wat is het gevaar daarvan?

Proberen voorbij onze psychologische en emotionele problemen te komen door ze te omzeilen is gevaarlijk. Het veroorzaakt een ongezonde kloof tussen de boeddha en de mens in ons.

En het leidt tot een conceptueel, eenzijdig soort spiritualiteit waarbij de ene polariteit van het leven wordt verheven ten koste van de andere: absolute waarheid krijgt de voorkeur boven relatieve waarheid, het onpersoonlijke boven het persoonlijke, leegte boven vorm, transcendentie boven belichaming en onthechting boven gevoel.

Je kunt bijvoorbeeld wel proberen te onthechten door je behoefte aan liefde af te wijzen, maar dit duwt de behoefte aan liefde ondergronds. Vervolgens vindt deze waarschijnlijk op heimelijke, onbewuste en mogelijk schadelijke manieren een uitweg.

Wat interesseert u tegenwoordig het meest aan de spirituele bypass?

Hoe die uitpakt in relaties. Want dat is waar de spirituele bypass vaak de grootste schade aanricht. Als je een yogi zou zijn die jarenlang soloretraites doet in een grot, dan zal je psychische beschadiging waarschijnlijk minder opspelen omdat je focus volledig op de beoefening ligt. Maar in relaties komen onze onopgeloste psychische problemen het meest intens naar voren. Dat komt omdat deze wonden altijd relationeel zijn: ze zijn ontstaan ​​in en door onze relaties met onze vroege verzorgers.

De meest wezenlijke psychische wond, die alomtegenwoordig is in onze moderne wereld, komt doordat wij ons niet geliefd voelen of denken dat we geen liefde waard zijn zoals we zijn. Onvoldoende liefde of afstemming is schokkend en traumatisch voor het in ontwikkeling zijnde, hoogsensitieve zenuwstelsel van een kind. Het schaadt ons vermogen om onszelf te waarderen, wat ook weer de basis is voor het waarderen van anderen. Ik noem dit de ‘relationele wond’ of de ‘wond van het hart.’

Er is een hele reeks studies en onderzoeken in de westerse psychologie die laten zien hoeveel impact hechte binding en liefdevolle afstemming – wat bekend staat als ‘veilige hechting’ – hebben op elk aspect van de menselijke ontwikkeling. Veilige hechting heeft een enorm effect op veel aspecten van onze gezondheid, ons welzijn en het vermogen om effectief te functioneren in de wereld: hoe onze hersenen zich vormen, hoe goed ons hormonale en immuunsysteem functioneren, hoe we met emoties omgaan, hoe vatbaar we zijn voor depressie, hoe ons zenuwstelsel functioneert en met stress omgaat en hoe we met anderen omgaan.

De moderne cultuur en opvoeding van kinderen maakt dat de meeste mensen lijden aan symptomen van onveilige hechting. Denk aan zelfhaat, weinig contact met het lichaam, gebrek aan gronding, voortdurende onzekerheid en angst, een overactieve geest, het onvermogen tot diep vertrouwen en een diep gevoel van innerlijk tekortschieten.

Daardoor lijden de meesten van ons aan een hoge mate van vervreemding en dissociatie die men in vroeger tijden niet kende – een dissociatie van de maatschappij, gemeenschap, familie, van vorige generaties, natuur, religie, traditie, van ons lichaam, onze gevoelens en onze menselijkheid zelf.

Hoe relevant is dit voor hoe wij de dharma (=de leer van oosterse wijsheidstradities) beoefenen?

Velen van ons komen bij de dharma terecht omdat we die, gedeeltelijk althans, als een manier zien om over de pijn van onze psychologische en relationele wonden heen te komen. Maar we ontkennen de aard of omvang van deze verwondingen vaak, of zijn ons er überhaupt niet bewust van. Daardoor kan de identiteit van een ‘goede’ spirituele beoefenaar een compensatie worden voor onze onderliggende ’tekortschietende’ identiteit.

De identiteit die ons slecht doet voelen over onszelf, dat we niet goed genoeg zijn en tekortschieten, wordt toegedekt. Dan kan onze spirituele beoefening, hoe ijverig we ook ons best doen, worden gebruikt voor ontkenning en afweer. En wanneer spirituele beoefening wordt gebruikt om onze echte menselijke problemen te omzeilen, staat deze los en raakt zij niet geïntegreerd in ons algehele functioneren.

Kunt u nog wat meer voorbeelden geven van spirituele bypassing bij westerse beoefenaars?

In mijn psychotherapiepraktijk werk ik vaak met dharmastudenten die al tientallen jaren oefenen. Vaak hebben ze wel vriendelijkheid en mededogen voor anderen ontwikkeld, maar zijn ze streng voor zichzelf omdat ze niet voldoen aan hun spirituele idealen en is hun beoefening ongeïnspireerd en formeel geworden. Of het dienen van anderen is een plicht geworden of een poging om zich goed over zichzelf te voelen. En weer anderen gebruiken onbewust hun grote spiritualiteit om zich op een narcistische manier op te blazen en anderen te manipuleren.

Mensen met aanleg voor depressie, die als kind met onvoldoende liefdevolle afstemming zijn opgegroeid en moeite hebben om zichzelf te waarderen, kunnen de leer van het niet-zelf gebruiken om zich nóg minder waardevol te voelen. Ze voelen zich dan niet alleen slecht over zichzelf, maar beschouwen hun onzekerheid over of ze wel oké zijn ook nog eens als een fout – een vorm van ik-fixatie die het tegenovergestelde van de dharma is – en dat wakkert hun schaamte of schuldgevoel nóg verder aan.

Ook meditatie wordt vaak gebruikt om ongemakkelijke gevoelens en onopgeloste levenskwesties uit de weg te gaan. Voor mensen die hun persoonlijke gevoelens of wonden ontkennen en het moeilijk vinden om zich op een persoonlijke transparante manier uit te drukken, kan meditatiebeoefening hun neiging tot dissociatie en ontkoppeling versterken. Het kan voor mensen op een spiritueel pad behoorlijk bedreigend zijn om onze verwondingen, emotionele afhankelijkheid of primaire behoefte aan liefde onder ogen te moeten zien.

Ik heb vaak gezien hoe mensen onthechting gebruiken om zich af ​​te sluiten van hun menselijke en emotionele kwetsbaarheden. Het is pijnlijk om te zien hoe iemand onthecht probeert te zijn terwijl hij daaronder eigenlijk snakt naar positieve ervaringen van binding en verbinding.

Dus hoe verzoenen we dat ideaal van onthechting met de behoefte aan menselijke hechting?

Goeie vraag. We hebben een breder perspectief nodig dat twee verschillende sporen van menselijke ontwikkeling erkent en omvat. Die kunnen we ‘opgroeien én wakker worden’, ‘helen én ontwaken’ of ‘een echt menselijk persoon worden én de persoon helemaal overstijgen’ noemen. We zijn niet alleen maar mensen die leren om boeddha’s te worden, maar ook boeddha’s die ontwaken in een menselijke vorm en leren om volledig mens te worden. Deze twee sporen van ontwikkeling kunnen elkaar over en weer verrijken.

Met een perspectief dat beide ontwikkelingssporen omvat, zullen we onze ideeën over een absolute waarheid niet gebruiken om op relatieve, persoonlijke gevoelens en de behoefte aan verbinding neer te kijken. Ook al hebben persoonlijke gevoelens en behoeftes dan misschien geen solide of ultieme realiteit, het opzijschuiven ervan leidt vaak tot grote psychologische problemen.

Lees verder in Deel 2