Het onderstaande artikel is de vertaling die ik maakte van het interview met John Welwood zoals dat in 2011 werd gepubliceerd in Tricycle Magazine.
John Welwood (overleden in 2019) was een pionier als het gaat om de relatie tussen westerse psychotherapie en boeddhistische beoefening. Zijn idee van spiritual bypassing oftewel de spirituele bypass – het spiritueel voorbijgaan aan onze menselijke issues – is een sleutelconcept geworden voor wie de valkuilen van spirituele beoefening wil begrijpen.
Psychotherapeut Tina Fossella (wier vragen ik hieronder zal cursiveren) besprak met Welwood hoe dit concept zich ontwikkelde nadat hij het in de jaren 80 introduceerde:
U introduceerde de term ‘spiritual bypassing’ 30 jaar geleden. Voor wie niet bekend is met het concept: kunt u uitleggen wat dit betekent?
Ik gebruikte de term ‘spiritual bypassing’ voor het eerst om een proces te beschrijven dat ik in mijn boeddhistische gemeenschap en ook in mezelf zag gebeuren. Ook al probeerden de meesten van ons oprecht aan zichzelf te werken, toch zag ik een wijdverbreide neiging om spirituele ideeën en praktijken te gebruiken om het aankijken van onopgeloste emotionele issues, psychische wonden en onafgeronde (zelf)ontwikkelingsprocessen uit de weg te gaan.
Bij een spirituele bypass gebruiken we vaak het doel van verlichting of bevrijding om boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen, vóórdat we die echt helemaal aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten. We kunnen ons idee van ‘absolute waarheid’ ook gebruiken om op ‘relatieve’ menselijke behoeften, gevoelens, psychologische en relationele problemen en ontwikkelingsachterstanden neer te kijken, ze weg te relativeren of te verwerpen.
Dat zie ik als een fundamenteel gevaar van het spirituele pad, in die zin dat spiritualiteit de neiging heeft om voorbij te gaan aan onze huidige karmische situatie.
Wat is het gevaar daarvan?
Proberen voorbij onze psychologische en emotionele problemen te komen door ze te omzeilen is gevaarlijk. Het veroorzaakt een ongezonde kloof tussen de boeddha en de mens in ons.
En het leidt tot een conceptueel, eenzijdig soort spiritualiteit waarbij de ene polariteit van het leven wordt verheven ten koste van de andere: absolute waarheid krijgt de voorkeur boven relatieve waarheid, het onpersoonlijke boven het persoonlijke, leegte boven vorm, transcendentie boven belichaming en onthechting boven gevoel.
Je kunt bijvoorbeeld wel proberen te onthechten door je behoefte aan liefde af te wijzen, maar dit duwt de behoefte aan liefde ondergronds. Vervolgens vindt deze waarschijnlijk op heimelijke, onbewuste en mogelijk schadelijke manieren een uitweg.
Wat interesseert u tegenwoordig het meest aan de spirituele bypass?
Hoe die uitpakt in relaties. Want dat is waar de spirituele bypass vaak de grootste schade aanricht. Als je een yogi zou zijn die jarenlang soloretraites doet in een grot, dan zal je psychische beschadiging waarschijnlijk minder opspelen omdat je focus volledig op de beoefening ligt. Maar in relaties komen onze onopgeloste psychische problemen het meest intens naar voren. Dat komt omdat deze wonden altijd relationeel zijn: ze zijn ontstaan in en door onze relaties met onze vroege verzorgers.
De meest wezenlijke psychische wond, die alomtegenwoordig is in onze moderne wereld, komt doordat wij ons niet geliefd voelen of denken dat we geen liefde waard zijn zoals we zijn. Onvoldoende liefde of afstemming is schokkend en traumatisch voor het in ontwikkeling zijnde, hoogsensitieve zenuwstelsel van een kind. Het schaadt ons vermogen om onszelf te waarderen, wat ook weer de basis is voor het waarderen van anderen. Ik noem dit de ‘relationele wond’ of de ‘wond van het hart.’
Er is een hele reeks studies en onderzoeken in de westerse psychologie die laten zien hoeveel impact hechte binding en liefdevolle afstemming – wat bekend staat als ‘veilige hechting’ – hebben op elk aspect van de menselijke ontwikkeling. Veilige hechting heeft een enorm effect op veel aspecten van onze gezondheid, ons welzijn en het vermogen om effectief te functioneren in de wereld: hoe onze hersenen zich vormen, hoe goed ons hormonale en immuunsysteem functioneren, hoe we met emoties omgaan, hoe vatbaar we zijn voor depressie, hoe ons zenuwstelsel functioneert en met stress omgaat en hoe we met anderen omgaan.
De moderne cultuur en opvoeding van kinderen maakt dat de meeste mensen lijden aan symptomen van onveilige hechting. Denk aan zelfhaat, weinig contact met het lichaam, gebrek aan gronding, voortdurende onzekerheid en angst, een overactieve geest, het onvermogen tot diep vertrouwen en een diep gevoel van innerlijk tekortschieten.
Daardoor lijden de meesten van ons aan een hoge mate van vervreemding en dissociatie die men in vroeger tijden niet kende – een dissociatie van de maatschappij, gemeenschap, familie, van vorige generaties, natuur, religie, traditie, van ons lichaam, onze gevoelens en onze menselijkheid zelf.
Hoe relevant is dit voor hoe wij de dharma (=de leer van oosterse wijsheidstradities) beoefenen?
Velen van ons komen bij de dharma terecht omdat we die, gedeeltelijk althans, als een manier zien om over de pijn van onze psychologische en relationele wonden heen te komen. Maar we ontkennen de aard of omvang van deze verwondingen vaak, of zijn ons er überhaupt niet bewust van. Daardoor kan de identiteit van een ‘goede’ spirituele beoefenaar een compensatie worden voor onze onderliggende ’tekortschietende’ identiteit.
De identiteit die ons slecht doet voelen over onszelf, dat we niet goed genoeg zijn en tekortschieten, wordt toegedekt. Dan kan onze spirituele beoefening, hoe ijverig we ook ons best doen, worden gebruikt voor ontkenning en afweer. En wanneer spirituele beoefening wordt gebruikt om onze echte menselijke problemen te omzeilen, staat deze los en raakt zij niet geïntegreerd in ons algehele functioneren.
Kunt u nog wat meer voorbeelden geven van spirituele bypassing bij westerse beoefenaars?
In mijn psychotherapiepraktijk werk ik vaak met dharmastudenten die al tientallen jaren oefenen. Vaak hebben ze wel vriendelijkheid en mededogen voor anderen ontwikkeld, maar zijn ze streng voor zichzelf omdat ze niet voldoen aan hun spirituele idealen en is hun beoefening ongeïnspireerd en formeel geworden. Of het dienen van anderen is een plicht geworden of een poging om zich goed over zichzelf te voelen. En weer anderen gebruiken onbewust hun grote spiritualiteit om zich op een narcistische manier op te blazen en anderen te manipuleren.
Mensen met aanleg voor depressie, die als kind met onvoldoende liefdevolle afstemming zijn opgegroeid en moeite hebben om zichzelf te waarderen, kunnen de leer van het niet-zelf gebruiken om zich nóg minder waardevol te voelen. Ze voelen zich dan niet alleen slecht over zichzelf, maar beschouwen hun onzekerheid over of ze wel oké zijn ook nog eens als een fout – een vorm van ik-fixatie die het tegenovergestelde van de dharma is – en dat wakkert hun schaamte of schuldgevoel nóg verder aan.
Ook meditatie wordt vaak gebruikt om ongemakkelijke gevoelens en onopgeloste levenskwesties uit de weg te gaan. Voor mensen die hun persoonlijke gevoelens of wonden ontkennen en het moeilijk vinden om zich op een persoonlijke transparante manier uit te drukken, kan meditatiebeoefening hun neiging tot dissociatie en ontkoppeling versterken. Het kan voor mensen op een spiritueel pad behoorlijk bedreigend zijn om onze verwondingen, emotionele afhankelijkheid of primaire behoefte aan liefde onder ogen te moeten zien.
Ik heb vaak gezien hoe mensen onthechting gebruiken om zich af te sluiten van hun menselijke en emotionele kwetsbaarheden. Het is pijnlijk om te zien hoe iemand onthecht probeert te zijn terwijl hij daaronder eigenlijk snakt naar positieve ervaringen van binding en verbinding.
Dus hoe verzoenen we dat ideaal van onthechting met de behoefte aan menselijke hechting?
Goeie vraag. We hebben een breder perspectief nodig dat twee verschillende sporen van menselijke ontwikkeling erkent en omvat. Die kunnen we ‘opgroeien én wakker worden’, ‘helen én ontwaken’ of ‘een echt menselijk persoon worden én de persoon helemaal overstijgen’ noemen. We zijn niet alleen maar mensen die leren om boeddha’s te worden, maar ook boeddha’s die ontwaken in een menselijke vorm en leren om volledig mens te worden. Deze twee sporen van ontwikkeling kunnen elkaar over en weer verrijken.
Met een perspectief dat beide ontwikkelingssporen omvat, zullen we onze ideeën over een absolute waarheid niet gebruiken om op relatieve, persoonlijke gevoelens en de behoefte aan verbinding neer te kijken. Ook al hebben persoonlijke gevoelens en behoeftes dan misschien geen solide of ultieme realiteit, het opzijschuiven ervan leidt vaak tot grote psychologische problemen.


3 antwoorden op “John Welwood over de spirituele bypass | Vertaling Karin Leeuwenhoek (Deel 1)”