De natuur helpt ons tot rust komen bij overprikkeling
Opgroeien en leven in een ‘versteende’ omgeving trekt een wissel op de vitaliteit van mensen. Een klein beetje meer natuur – zelfs een natuurfoto(!) – levert al een duidelijk meetbaar positief verschil op. Hoe komt dat? Wat is het effect van stad en natuur op onze hersenen? Deze literatuurstudie geeft antwoord op die vragen.
Hieronder een samenvatting:
Meer groen: langere levensduur en minder zelfmoorden
Natuur in de stad helpt gezond te blijven, zo leert de statistiek. Onderzoekers van de universiteit van Glasgow analyseerden gegevens over de volksgezondheid in 268 stadsgebieden in Engeland en vonden een directe relatie met de aanwezigheid van parken en boszones. Meer groen kwam overeen met een langere levensduur en minder zelfmoorden. Hoe groter een nabijgelegen groenzone, hoe groter ook het effect. In een Japans onderzoek bleken ouderen langer te leven als ze in de nabijheid van een park woonden. Deense en Canadese onderzoekers vonden een negatieve relatie tussen de aanwezigheid van parken in de woonomgeving en overgewicht.
Een klein beetje natuur helpt al
De drempel voor het ‘natuureffect’ blijkt verrassend laag: een klein beetje natuur helpt al. Cornell University bracht in kaart hoeveel groen kinderen konden zien vanuit hun raam. Ook na correctie voor sociale en economische verschillen bleef een opvallende relatie bestaan: hoe meer groen in het uitzicht, hoe beter de kinderen konden omgaan met stressvolle levenservaringen.
Zelfs in een laboratorium is een duidelijk verschil te meten wanneer proefpersonen, gelegen in een nauwe en lawaaierige MRI-scanner, naar foto’s kijken van een bos, berg of weide. De natuurfoto’s veroorzaakten een verhoogde activiteit in de auditieve schors (luisteren), het pallidum (vrije beweging), caudatus (gevoel van waarde) en precunius (zelfbewustzijn en reflectie), activiteit die je zou kunnen samenvatten onder ‘innerlijke beleving’. Foto’s van gebouwen die als contrast werden gebruikt, activeerden juist extern gerichte activiteit met sterke pieken in de visuele schors (kijken) en de temporale pool (rekening houden met anderen).
Een natuurfoto of het uitzicht op een enkele boomkruin biedt dus al een duidelijk meetbaar verschil. Het grootste effect wordt gemeten wanneer proefpersonen ‘in de natuur’ zijn, zonder dat ze nog een gebouw of weg kunnen zien.
Betere concentratie
Mensen kunnen zich beter concentreren – hebben meer macht over hun aandacht – na een wandeling door het park of een kopje thee in de tuin, doordat hun hersenen eventjes niet zijn blootgesteld aan het bombardement van aandachtsprikkels van de stedelijke omgeving. Deze Attention Restoration Theory is de laatste jaren uitgebreid getest en bevestigd.
Kinderen met ADHD zijn extra gevoelig voor het zintuiglijke bombardement van de stedelijke omgeving. Zij hebben daarom extra veel baat bij bomen en planten. Na een wandeling van twintig minuten door een park werd bij hen een aanmerkelijk hogere gerichte aandacht gemeten dan na een wandeling van twintig minuten door een woonbuurt of een stadscentrum. Onderzoekers bepleiten ‘een dagelijkse dosis natuur’ als vast onderdeel in de begeleiding van deze groep kinderen.
Vervreemding van de natuur
Een natuurlijke omgeving vormt een ‘vluchtheuvel’ voor de overbelaste geest. Bomen en planten zijn niet alleen prikkelarm, ze roepen ook een soort fascinatie op. Fascinatie dimt de onvrijwillige aandacht (=het aandachtssysteem dat zich laat sturen door prikkels van buiten). Zo ontstaat er rust en kunnen gerichte aandacht, werkgeheugen en zelfbeheersing zich herstellen.
Stedelingen hebben echter een voorkeur om hun aandachtssysteem te belasten en dat is niet vreemd. Immers, wie de gewoonte heeft ontwikkeld om zich door omgevingsimpulsen te laten leiden, wordt vanzelf eerder aangetrokken door een prikkelrijke omgeving dan door een prikkelarme omgeving zoals een park.
Hetzelfde verschijnsel is onderzocht bij het switchen tussen media. Mensen die moeite hebben hun aandacht flexibel te richten, gebruiken vaker meerdere media tegelijk. Juist dat ze hun aandacht minder goed kunnen richten, zorgt ervoor dat ze alles tegelijk proberen te doen en hun overbelaste aandacht zo nog meer belasten.
Ook hier bijt de slang in zijn eigen staart: we keren de natuur de rug toe omdat we ervan vervreemd zijn.
Stadsmensen zijn gevoeliger voor omgevingsprikkels en stress
De relatie van de stadsmens met de natuur is complex. Mensen die opgroeien in een verstedelijkte omgeving zijn het gevoeligst voor omgevingsprikkels en stress, hebben dus de grootste behoefte aan natuur en zijn desondanks juist minder geneigd die natuur op te zoeken. Onder invloed van alle prikkels ontwikkelen hun hersenen een prikkelzoekende strategie, ten kosten van een actieve controle over de aandacht en zelfbeheersing. Door die verminderde zelfcontrole laat de stedeling zich gemakkelijk meeslepen in een levenspatroon vol drukte en stress.
Natuur als basisgereedschap voor kinderen
De teruggang van het buitenspelen versterkt deze vicieuze cirkel. Kinderen dreigen zichzelf af te snijden van drie copingstrategieën: natuurervaring, fysieke beweging en onderzoekend spelen. Er is daarom goede reden om aan te nemen dat natuureducatie en natuurlijke speelgelegenheden en schoolpleinen een wezenlijke bijdrage leveren aan gezondheid en leerklimaat. Kinderen vertrouwd maken met en geïnteresseerd maken in natuur is waardevol. Het vormt een basisgereedschap om gezond en succesvol te zijn in een stedelijke omgeving.
De spirituele bypass is een valkuil voor iedereen die zich bezighoudt met religieuze of spirituele beoefening. ‘Bij een spirituele bypass gebruiken we vaak het doel van verlichting of bevrijding om boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen, vóórdat we die echt helemaal aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten,’ aldus mijn leermeester John Welwood (1943-2019).
Ik wil mensen begeleiden bij hun geheel eigen psychospirituele ontwikkeling en ontdekkingsreis, een voor iedereen uniek levenspad, en ze alert houden tijdens dit levenslange werk in uitvoering.
Je neemt altijd jezelf mee
Wees je ervan bewust dat je voorkeur voor een bepaalde religie, spirituele traditie of welke vorm van spiritualiteit dan ook, óók te maken heeft met jouw persoonlijke behoeftes én je beschadigingen, wonden, je oude zeer. Je neemt altijd jezelf mee. Opgepast dus, voor de spirituele bypass.
‘Bypassende’ praktijkvoorbeelden
Hier wat voorbeelden van ‘bypassende’ praktijken:
Een bovenmatige focus hebben op positiviteit en dankbaarheid.
Neerkijken op alles wat met ‘ego’ te maken heeft.
Mediteren om niet te hoeven voelen.
Intermenselijke relaties mijden en je terugtrekken in een spirituele wereld.
Plantmedicijnceremonies doen in de hoop op een quick-fix van je pijn.
Vergeven zonder eerst te verwerken.
Ideeën zoals ‘Alles gebeurt met een reden’ gebruiken om over moeilijke emoties heen te stappen.
Ik kan er zo nog 80 noemen.
Iedereen bypasst; iedereen omzeilt en onderdrukt lastige gevoelens weleens. We kunnen op allerlei manieren bypassen. Met onze ratio, trucjes en maniertjes, met afleiding en verdoving. En helaas óók met spiritualiteit. Wees alert. Want deze valkuil belemmert je geestelijke ontwikkeling. En is contraproductief aan het doel c.q. levenslange proces: je eigen weg naar God vinden.
NB: Ik gebruik het woord GOD hier in de ruimste zin des woords. Vul hier svp elk woordje in dat voor jou klopt! Het allerhoogste Bewustzijn, de Bron, levensstroom, hogere macht, Spirit, het goddelijke: elk woord schiet tekort voor dat mysterie waar wij uit geboren worden en weer in op zullen gaan.
Iedereen heeft een andere levensweg. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we onszelf onderweg niet voor de gek houden? ‘Ken uzelf’ en wees nieuwsgierig naar de blinde vlekken die jouw doen en laten sturen. De crux daarbij is: durf te voelen.
John Welwood en de term ‘spiritual bypass’
Psychotherapeut John Welwood gebruikte de term ‘spiritual bypassing’ voor het eerst in 1984, om een proces te beschrijven dat hij zag in zijn boeddhistische gemeenschap en ook in zichzelf: ‘Ook al probeerden de meesten van ons oprecht aan zichzelf te werken, toch zag ik een wijdverbreide neiging om spirituele ideeën en praktijken te gebruiken om onopgeloste emotionele issues uit de weg te gaan.’
Hij sprak ook wel van premature transcendence: voortijdig willen transcenderen, voortijdig naar de hemel of hogere spirituele sferen reiken. ‘Voortijdig’ omdat we nog niet rijp zijn. Omdat we onze menselijke ervaring nog niet helemaal zijn aangegaan, nog niet alles doorvoeld en verwerkt hebben. Want – een beeld dat ik graag gebruik – een wijnstok draagt betere vruchten als het wortelsysteem diep en sterk is. Het gedeelte van een plant dat je boven de grond ziet, reikt bij gezonde planten nog vele malen verder onder de grond. Een hoge boom met ondiepe wortels waait weg.
Je kunt pas echt de lucht in groeien en verder uitreiken als je goed geaard bent – en blijft.
Psychologisch werk in dienst van spiritueel werk
Hoe John Welwood ‘psychologisch werk in dienst van spirituele ontwikkeling’ stelt is van een ontroerende logica. Psycho-emotionele zelfontwikkeling als gezonde en vruchtbare basis voor spirituele groei.
Hoe Welwood onze ‘wezenskenmerken’ bewustzijn, openheid en liefde met elkaar verbindt, is van een beeldschone diepte en eenvoud (lees zijn levenswerk via PDFdrive.com). Ik zal dit in mijn eigen taal, en vanuit mijn eigen ervaring, proberen te verwoorden.
De wond van het hart en het verlies van onze openheid
Als (ongeboren) baby zijn we eerst nog volledig open, zacht, kwetsbaar en bereid om liefde te ontvangen en uit te wisselen. We voelen ons één met al wat is, we kennen niet anders.
Zo niet als baby al, dan vaak in de loop van onze kinderjaren begint echter een proces van zelfbescherming, afweer en afscheiding. We gaan een beetje dicht. We beginnen te verharden om onszelf te beschermen tegen de onveilige wereld om ons heen. Omdat onze natuurlijke openheid pijn doet en we onszelf nog geen veiligheid kunnen geven.
In plaats van onszelf volledig te delen en over te geven, gaan we ons afsplitsen en afsluiten. We verliezen onze liefdevolle openheid en zachtheid. En daarmee als het ware onze onschuld, onze heelheid en eenheidservaring, onze ‘voorwereldse ervaring van het paradijs’.
John Welwood noemt onze meest basale verwonding ‘de wond van het hart’. Die komt neer op het verlies van onze openheid en van de verbinding met liefde. En omdat die wond eigenlijk altijd ‘relationeel’ is – in de zin dat deze kwetsuur is ontstaan in relaties met anderen – is het vooral in de omgang met mensen dat we met deze wonden geconfronteerd worden.
Het is dan ook bij uitstek via de omgang met mensen dat we deze wonden kunnen helen.
Een bypass om onze hartenwond heen, hoe spiritueel die ook lijkt, is contraproductief en houdt je juist af van het uiteindelijke doel: een duurzame staat van heelheid en verbinding.
Feel it to heal it
Het leven maakt krassen op onze ziel, wonden in ons hart. Als we die niet willen voelen en verzorgen kunnen we nooit helen. Dan kunnen we niet opnieuw verzachten en openen. Weer worden als een baby, ons kleine kind terugvinden, maar nu met een volwassen bewustzijn en de veilige bedding die we onszelf als volwassene wél kunnen (leren) geven. De wond van het hart helen en zo ons vertrouwen in de liefde herstellen.
Met innerlijk werk, zowel psychologisch-emotioneel als spiritueel, kunnen we onze wonden verzorgen en steeds verder helen. Voorwaarde is wel dat we die wonden eerst erkennen, zien dat we erdoor belemmerd worden en dat er werk aan de winkel is. Onze pijn willen zien én voelen.
Feel it to heal it. De enige weg eruit is erdoorheen. Niet snel of hard, maar met zachtheid, rustig, stapje voor stapje.
Voorbij onze afgescheiden persoonlijkheid
Met zelfontwikkeling kun je, stukje bij beetje, je afweermechanismen en overlevingsstrategieën ontkrachten en loskomen uit hun greep. Een langzaam en regelmatig pijnlijk proces met veel (terug)vallen en opstaan. Want bij stress en andere triggers die onze persoonlijkheid een onveilig gevoel geven, zullen onze oude patronen, onze ‘beveiligers’, regelmatig weer de kop opsteken om ons te beschermen tegen pijn. Ze geven ons een gevoel van veiligheid en controle, maar houden ons ook gevangen binnen de cocon van het ego, ons zelfbeeld, onze afgescheiden persoonlijkheid.
Spirituele beoefening lijkt onze patronen en ongemakken sneller en effectiever aan te pakken. Door ‘simpelweg’ voorbij de geconditioneerde persoonlijkheid te gaan, deze te transcenderen. Bij spiritualiteit draait het immers om (de relatie tot) iets groters en ruimers, een bewustzijn dat ons menselijke denken, gevoel en lichaam overstijgt. Een hogere macht of allerhoogste bewustzijn waarbij ons beperkte ikje in het niet valt. Een ultieme realiteit die ons draagt en liefheeft.
Het besef van deze veel ruimere, tijd- en plaatsloze realiteit kan een gigantische steun en relativerende, troostende kracht zijn.
Pleisters op wonden
Spiritualiteit of religie kan je bij jouw helingswerk enorm steunen en inspireren.
Maar gebruik het niet als pleister op een open wond. Om je wonden mee te bedekken, ze niet te zien en niet te voelen. Want een etterende wond blijft de kop opsteken en je terugtrekken in je afgescheiden cocon.
Laat spiritualiteit geen substituut zijn, geen bypass of alternatief voor het aankijken, doorvoelen en verwerken van je ‘emotionele unfinished business’.
Als we onze issues niet willen aankijken, blijven ze bij ons op de deur kloppen. Achterstallig onderhoud leidt tot grote gebreken. Zeker als het om werk aan ons fundament gaat.
Onverwerkte pijn vertroebelt ons zicht en leidt ons af. Van de Ultieme Realiteit, maar evengoed van de verbinding met onszelf en anderen.
Alleen door bewustzijn en compassie te brengen naar ons gevoel en zo onze pijn en ongemakken te erkennen en te voelen, kunnen we oude wonden helen.
Gevoel vertelt wat ons aan het hart gaat
Gevoelens zijn boodschappen die opgepikt willen worden. Ze willen je aandacht. Anders blijven ze doorzeuren en rondgaan. Het kost heel veel kracht om een duveltje in een doosje te drukken, of een bal onder water te houden.
Emoties zijn snellere, meer fysieke signalen dat iets ons raakt. Ze hebben het nodig, zeker binnen in onszelf, om ruimte krijgen. Die energie moet in beweging komen, doorstromen, anders lopen we vast.
Gevoelens en emoties, gevoel, zegt ons wat ons aan het hart gaat, wat belangrijk voor ons is. En als iets ons diep raakt, kunnen we dat niet uit de weg gaan. Het blijft terugkomen tot we het aangaan. Het is er nu eenmaal, verzet is zinloos. En contraproductief, want het kost bakken met energie.
Alleen door onze wonden te voelen en met liefde te verzorgen kunnen we ze helen.
Eerlijk zijn over onze pijn
Hoe meer veiligheid en liefde we onszelf kunnen geven, hoe meer gevoel we aankunnen om te voelen.
Of je dat wilt – veel voelen – is een tweede. Vaak durven mensen hun gevoelens – vooral de ongemakkelijke – niet toe te laten, omdat het zo kwetsbaar voelt. Zo raken we afgesneden van ons hart en uit verbinding.
We doen vaak stoerder, harder, dan we ons deep down voelen. We willen onszelf niet diep laten raken. Om onszelf (schijn)veiligheid en controle te geven. Schijnveiligheid, want het houdt ons af van de overgave aan wat er nu eenmaal is.
Er zijn veel dingen die we niet willen voelen. Gevoelens die we met ons hoofd proberen weg te rationaliseren, emoties die we inhouden, wegslikken, wegdrukken. Voel maar eens…
Verharding scheidt onszelf af van de ander. En van alles wat ons raakt. Gevoelens van leegte, zinloosheid en eenzaamheid kunnen het gevolg zijn.
Als jij je van dit moeilijke gevoel bewust bent — en het niet bypasst — is dat weliswaar pijnlijk, maar wel een heldere boodschap dat wat je doet niet werkt.
De weg van de verzachting
De weg naar een echt open hart, ware verbinding en overgave aan wat is, begint bij de bereidheid om te voelen en te verzachten. Kracht vinden in kwetsbaarheid. Je durven laten raken. Eerlijk zijn over onze pijn.
Daarvoor is zachtheid het recept. Met openheid, bewustzijn en compassie de verhardingen laten smelten. Alleen door die verzachting kunnen we dichter bij onze oorspronkelijke staat van pure openheid, liefde en bewustzijn komen, waarbij we geen afscheiding meer ervaren tussen onszelf en de Ander.
Door te durven verzachten laten we meer van ons ware zelf zien. Door zachtheid in ons hart te brengen gaan we ons minder afgescheiden van onszelf en anderen voelen.
Maak je hart weer open en zacht. Om te beginnen voor jezelf.
Kijk met zachtheid naar jezelf en wat er in je omgaat. Met nieuwsgierigheid en zonder oordeel. Laat het licht van bewustzijn schijnen op je blinde vlekken. Kijk je emotionele pijn en ongemak aan.
En dan het magnum opus: de bereidheid om te voelen. Voelen wat is. Alles durven voelen, wíllen voelen. Voelen in het nu. Ja zeggen tegen alles wat je ervaart. Vanuit het vertrouwen dat zachtheid de weg is naar heling en heelheid.
Vertrouw daarbij op de spirituele wetten van het leven; verzachting zorgt voor ontspanning en ruimte en wordt liefdevol ondersteund vanuit de oneindige Bron.
De weg als doel
Geen makkelijke of snelle weg, toch kan alleen deze weg van het hart, de verzachting, ons dichter bij onze oorspronkelijke staat van openheid, liefde en bewustzijn brengen.
De pure staat waarin we geen afscheiding meer ervaren. Niet van de Bron, niet van ons diepe zelf, en – in dezelfde package deal – zelfs niet van andere wezens. Het ultieme doel. Een platonisch idee, een ideaal.
Maak je geen illusies en geen zorgen; die bereik je nooit. En al helemaal niet als het een doel op zich is, los van het proces.
Laat daarom de weg ernaartoe het doel zijn.
Het hart als brug tussen psychologie en spiritualiteit
Het leven is een weg om een ‘heel’ mens te worden. We kunnen helen door te durven voelen. Daaraan is te werken, zowel met zelfontwikkeling als met spiritueel werk. Idealiter een combinatie van beide, waarbij ze elkaar aanvullen en versterken.
Met ‘psychologisch’ innerlijk werk kunnen we werken aan onze emotionele issues – die vaak al heel jong zijn ontstaan – inclusief de (onbewuste) zelfsaboterende overtuigingen en gedragspatronen die daarbij horen en die ons authentieke zelf, welzijn en dagelijks functioneren belemmeren.
Met spirituele oefening kunnen we onze dieperliggende spirituele ‘ware natuur’ leren kennen, het open bewustzijn dat liefdevol en zonder oordeel is.
In de woorden van John Welwood: ‘Het meest wezenlijke doel van spirituele oefening is om ons te bevrijden van onze gehechtheid aan een beperkte, geconditioneerde persoonlijkheidsstructuur, zodat we ons realiseren dat we iets veel ruimers en weidsers zijn. Maar om echt de vruchten van die beoefening te kunnen plukken, zullen we eerst een werkbare zelfstructuur moeten hebben.’
Dit is wat hij bedoelde met psychologisch werk ten dienste van onze spirituele ontwikkeling.
Volledig mens zijn gaat volgens hem over bruggen smeden: tussen hemel en aarde, geest en materie. Tussen onze weidse ware natuur en onze beperkte persoonlijkheidsstructuur. Enerzijds hebben we een ‘gezond ego’ nodig dat kan omgaan met de moeilijkheden van deze wereld, anderzijds is het onze spirituele roeping of uitdaging om onze dieperliggende ware natuur te realiseren, die zo oneindig veel ruimer is dan deze menselijke, aardse vorm.
De brug daartussen loopt via het hart. Als mens kunnen we hemel en aarde verbinden en in onszelf in balans houden door een zacht en open hart te kweken. Door te voelen en te verzachten, ons hart steeds verder te openen. En zo een ‘heel’ mens te worden; heel spiritueel en heel menselijk.
Dit is wat Welwood bedoelde met het hart als brug tussen psychologie en spiritualiteit.
Het lichaam als instrument
Ons gevoel, ons ‘hart’, kunnen we het best gewaarworden via het lichaam. Via ons lichaam kunnen we voelen wat ons raakt. Kunnen we in contact komen met onze gevoelens, onze emoties. Het lichaam liegt niet. Door heel bewust te voelen kunnen we onszelf beter leren kennen, verzorgen en helen.
Dat is te leren, te oefenen, te ontwikkelen. Te doen. Zodat we dit steeds meer kunnen integreren in ons dagelijks leven en functioneren. We kunnen elkaar daar als mensen bij helpen. Aanmoedigen, ondersteunen, inspireren.
Ik vind dat de Focusing methode daar heel goed bij kan helpen. Die draait eigenlijk, heel simpel, om gewaarwording van de sensaties in je lichaam, het ‘vage’ gevoel steeds nader omschrijven en er simpelweg mee zijn, zonder het te willen veranderen. Pauzeren, inchecken bij jezelf, helemaal aanwezig zijn bij wat je op dat moment in je lijf voelt en daar compassie en ruimte aan geven.
Misschien dat, bijvoorbeeld, deze boeken, podcasts en oefeningen/meditaties ook jou verder op weg kunnen helpen. En je weet mij nu te vinden.
Een bizarre denkfout
Een heel persoonlijk verhaal als achtergrondinformatie: ik heb mezelf de afgelopen twee jaar nogal hardhandig onderzocht op die onverwerkte pijn en issues. Ik dacht dat ik dat mijn hele leven al deed; maar er ging een nieuwe (of eigenlijk héél oude) beerput open, getriggerd door een reeks verdrietige gebeurtenissen.
Die er eigenlijk op neerkwam dat ik de compassie voor mezelf had overgeslagen. Zelfliefde die ik, als geconditioneerd, zorgzaam persoon, onbewust relativeerde en bagatelliseerde als ‘onnodig’, ‘niet belangrijk’ of zelfs ‘egoïstisch’. Als héél klein meisje al. Flink en streng zijn voor mezelf, lief en gevend zijn voor anderen.
We snakken allemaal naar liefde maar leren vaak niet om die aan onszelf te geven… wat een bizarre denkfout! Een rare kronkel.
Ik wilde uitzoeken wat er niet klopte aan mijn fundament en mijn huis van de grond af aan opnieuw opbouwen. Alles herijken. De onderste steen moest boven. Daarbij heb ik mijn spiritualiteit ‘voor de zekerheid’ in de koelkast gezet, ik wilde er niets meer van ontvangen. Uit angst voor een spirituele bypass.
Ik wilde geen troost aannemen omdat ik zeker wilde zijn dat ik voelde wat er te voelen was. Dat ik mijn lessen leerde en spiritualiteit niet als pleister gebruikte, of als opium die me van de pijnlijke werkelijkheid af zou kunnen leiden.
Zo ben ik de verbinding met de Bron een tijdlang kwijtgeraakt, ik liet het bewust niet meer toe. Ik ben mijn geloof als het ware verloren. Een radicale aanpak, die ik mezelf nu anders zou gunnen. Dat is wat je krijgt van achterstallig onderhoud! Een donkere nacht van de ziel.
Geen fijn proces, heel eenzaam (ondanks de grote liefde om mij heen) en letterlijk ’godverlaten’. Ik geloof dat ik er nu eindelijk een beetje doorheen ben. En me, hopelijk, weer open kan gaan stellen voor de goddelijke energie, voor God; en nu vanuit een steviger fundament.
Is jouw hart open voor jezelf?
Met de kennis van nu had ik mezelf meer zachtheid in dit wederopbouwproces gegund. Want nu, nu ik het contact met de Bron eindelijk weer een beetje toe kan laten, besef ik: wat is de liefdevolle steun, inspiratie, verwondering, relativering en het ruimere perspectief die een gezonde spiritualiteit biedt, juist welkom bij zo’n zelfontwikkelingsproces!
Net als de zachtheid voor mezelf; het fundament dat ik miste. Die zelfliefde bypasste ik met alles, ook met spiritualiteit. Terwijl een gezonde spiritualiteit zelfliefde en zelfzorg juist stevig integreert.
Zelfs de zo dienstbare Jezus drukte ons op het hart: je naaste liefhebben zoals jezelf. Hij ging er gewoon van uit dat we om te beginnen onszelf liefhebben!
Is jouw hart wel open voor jezelf?
Zelfliefde is het fundament, ons basisreservoir van waaruit wij ons spirituele werk kunnen doen. Vanuit zelfcompassie kunnen we steeds verder verzachten, openen, liefhebben, ons overgeven aan de de levensstroom en ons verbinden met alles en iedereen.
Het zal waarschijnlijk altijd een valkuil voor me blijven.
GGS
Wat ik wil zeggen is:
Laat psychologisch-emotioneel werk en spiritueel werk hand in hand gaan, als een ritssluiting.
Wat heb je te voelen? Welke levenslessen heb je te leren? Welke wonden heb je te helen?
Ben je bereid om te verzachten en je hart echt open te stellen, dus ook voor alle lastige gevoelens? Om je eigen weg naar God te vinden, zonder welke bypass dan ook?
Dat is een levenslang werk in uitvoering. Een steeds subtieler (leer)proces.
Tot zover mijn pleidooi voor een duurzame GGS: een Geestelijk Gezonde Spiritualiteit.
Vind je het leuk om voor mensen te zorgen? Geweldig! Werk jij in de zorg omdat je van nature een zorgzaam persoon bent? Wat ontzettend mooi en passend! Was jij als kind al een zorgzaam en verantwoordelijk persoon? Supermooi en lief, maar hier wordt het al een beetje tricky.
Voel jij je geroepen om anderen te helpen? Of zelfs te redden? Voel jij je verantwoordelijk voor andermans geluk? Dan is de kans groot dat je tot op zekere hoogte codependent bent. In dit artikel ga ik je uitleggen wat codependentie is en hoe je eraan komt.
Codependentie is gevaarlijk voor jouw gezondheid en welzijn. En dat helpt uiteindelijk niemand. Evengoed lijden de eigenwaarde en zelfredzaamheid van de cliënt/patiënt eronder; ook dat helpt niemand.
Beter zorgen voor anderen dan voor jezelf
Mensen die in de zorg werken zijn vaak heel goed in het zorgen voor anderen, maar vaak minder goed in het zorgen voor zichzelf. Herken jij dit trekje bij jezelf of bij je collega’s? Loopt het soms wel eens uit de hand? Opgepast, want dan is er werk aan de winkel! Zelfzorg. Voordat je helemaal opbrandt. Niemand is erbij geholpen als jij jezelf weggeeft en leegtrekt. Als jij over je grenzen heen gaat om anderen maar te kunnen helpen. En aan jezelf voorbij gaat. Jezelf kwijtraakt. Jij hebt net zo goed liefdevolle zorg nodig. Ook jij bent een mens die liefde, zorg en aandacht verdient, net als je cliënten. Ook jij bent kwetsbaar en we willen jou niet missen.
Dat klinkt zo simpel en logisch, maar waarom lukt het je maar niet om écht beter voor jezelf te zorgen? Dat komt omdat het vaak een heel oud patroon is. Het zit zo diep in je gesleten dat het patroon jou ‘overneemt’, als een automatische piloot. Juist als je al gestresst bent. Want dan val je terug in je oude overlevingsmechanismen.
Overlevings- of aanpassingsstrategie
Iemand die van huis uit of van jongs af aan gewend is om voor anderen te zorgen, zal dit gedrag makkelijk blijven herhalen in de rest van haar of zijn leven. Dat is op zich iets prachtigs, maar alleen als je jezelf er niet in verliest en er bewust voor kan kiezen. Zodra dit gedrag dwangmatige trekjes krijgt en de gezondheid van jou als verzorger eronder gaat lijden, is het hoog tijd om eens aan eerlijk zelfonderzoek te doen. En je af te vragen of dit geen codependent gedrag is.
Je ziet dit vaak bij (een van de) kinderen uit een disfunctionele gezinssituatie, waarbij sprake was van een zieke, hulpbehoevende of verslaafde ouder. Dan kan de rol van helper een overlevingsstrategie voor jou geworden zijn. Maar er zijn meer aanleidingen en katalysatoren voor helpers- of reddersgedrag, zoals culturele of religieuze denkbeelden of een drang of behoefte om nodig of nuttig te zijn.
Er zijn natuurlijk allemaal gradaties, van relatief onschuldig tot uiterst ongezond. Maar codependent gedrag kan een glijdende schaal zijn, iets waar je als een sneeuwbal in rolt – dus wees alert!
Meer codependentie bij zorgpersoneel dan in andere branches
Het zal je niet verbazen dat een neiging tot codependency meer voorkomt bij zorgpersoneel dan in andere branches. En dan vooral bij de ‘echte’, meest letterlijke zorgtaken: denk aan verpleging, thuiszorg, ggz en sociale hulpverlening. Amerikaans, Turks en Koreaans onderzoek stelde bij 33% tot 50% van de onderzochte verpleegkundigen en sociaal werkers gemiddelde tot ernstige codependency vast.
Dat is eigenlijk ook best logisch. Iemand die zich van jongs af aan (al dan niet extra gemotiveerd door een disfunctionele gezinssituatie vroeger) al bovenmatig verantwoordelijk en geroepen voelt om anderen te helpen en verzorgen, zal dit gedragspatroon ook beroepsmatig in willen en kunnen zetten als talent en kracht. Je zult er heel goed in zijn en het zal je ook voldoening geven. Echter is ook hier je kracht tevens je zwakke plek, je valkuil. De carer’s fatigue oftewel zorg-burn-out ligt op de loer als je je eigen grenzen niet goed bewaakt.
Valkuil
Herken jij bij jezelf of bij je collega’s in de zorg dat ze beter voor anderen zorgen dan voor zichzelf? Dat ze zich schuldig voelen als ze (ook) even aan zichzelf denken, of dat zelfs helemaal vergeten? Trek dan aan de bel.
Wees je bewust van je valkuil en attendeer anderen erop. Veel mensen hebben een blinde vlek voor hun valkuil omdat hun ongezonde gedragspatroon al zo oud is en zo diep in ze zit gesleten. Het is een tweede natuur. Ze denken of zeggen: ‘Zo ben ik gewoon, ik wil dit zelf zo, ik kan dit goed, ik kan het niet laten’. Maar het kan makkelijk uit de hand lopen omdat ze het patroon, vanwege hun blinde vlek en gewenning, niet kunnen afremmen als het te ver gaat. Help elkaar bewust(er) worden.
Codependency is een zorgverslaving
Door codependency als een verslaving te beschouwen, kan de ernst van de zaak misschien duidelijker worden. Het niet kunnen laten om anderen te helpen, om voor anderen te zorgen. Ook als dit ten koste gaat van je eigen geestelijke en lichamelijke gezondheid. Dit is een dwangmatig/verslavend patroon dat je enerzijds een goed gevoel geeft. Je maakt mensen gelukkig, je bent nuttig bezig en je voelt je nodig en belangrijk. Anderzijds kan het té schadelijk zijn voor jouw eigen gezondheid en ontwrichtend zijn voor je dagelijks leven. Soms met desastreuze gevolgen.
Vooral veel vrouwen zijn van oudsher geprogrammeerd om voor anderen te zorgen en zichzelf weg te cijferen. Het (christelijk) geloof kan daar nog een schepje bovenop doen. Jezelf opofferen wordt als iets goeds en heiligs beschouwd, als een doel op zich. Bekende rolmodellen zijn Florence Nightingale en Moeder Teresa, en als mannelijk archetype natuurlijk Jezus die zich opofferde, ‘zijn leven gaf om de mensen te redden’.
Complimenten als ‘je bent mijn reddende engel’, ‘redder in nood’, ‘als ik jou toch niet had’, ‘wat zou ik zonder jou moeten’, ‘mijn steun en toeverlaat’, enzovoort, zijn mooi en fijn om te krijgen. Maar je kunt ze ook als een waarschuwingssignaal zien: als je structureel de redder van andere mensen bent, jezelf voor hun geluk verantwoordelijk voelt en jezelf daarbij structureel voorbij loopt en wegcijfert, gaat jouw zorg té ver. Dan is er sprake van een ongezonde, ziekelijke situatie: codependentie.
Codependentie heeft veel raakvlakken met het Florence Nightingale- of redderssyndroom
De term Codependency / Codependentie
De term codependency is afkomstig uit de context van verslavingen, vooral die van de gezinnen van alcoholisten. Eind jaren 70 werd de term voor het eerst gebruikt door Amerikaanse therapeuten die in de verslavingszorg werkten, specifiek binnen het 12-stappenprogramma van de AA (Anonieme Alcoholisten). Vanaf de jaren 80 won de term aan populariteit.
Hulpverleners merkten dat partners, familieleden en vrienden van verslaafden vaak een ongezond soort afhankelijkheid van de verslaving en problemen van de ander ontwikkelden: codependentie. Ze maakten zich afhankelijk door aan hun helpersrol een gevoel van eigenwaarde of nut te ontlenen. Ze hadden het ‘nodig om nodig te zijn’. Ze offerden hun eigen leven en welzijn op voor de ander, ook om conflicten te vermijden, de verslaving te verbergen of om te proberen de verslaafde persoon te redden. Op deze manier faciliteerden ze in feite het zelfdestructieve gedrag van de verslaafde. En gingen ze er zelf ook aan onderdoor.
In alle soorten relaties
Omdat sprake is van een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie wordt het woordje co-dependent gebruikt. De hulpbehoevende heeft de verzorger nodig en de verzorger heeft het nodig om nodig te zijn. Codependent gedrag faciliteert enerzijds het zelfdestructieve gedrag van de verslaafde en kan anderzijds leiden tot een vicieuze cirkel waarin de codependente helper/verzorger zijn of haar eigen emoties, wensen en behoeften onderdrukt. Dit kan leiden tot ernstige (geestelijke) gezondheidsschade bij de helpende partij.
Tegenwoordig wordt de term codependency breder gebruikt om ongezonde afhankelijkheidsrelaties te beschrijven. Niet alleen in het geval van verslavingen, maar ook in andere contexten waarbij een persoon zichzelf opoffert voor de behoeften van een ander, vaak ten koste van het eigen welzijn. Deze dynamiek kan optreden in verschillende soorten relaties, of dat nou romantische relaties, vriendschappen, familierelaties of werkrelaties zijn. Iemand die in de ene relatie codependent gedrag vertoont, zal in andere relaties ook makkelijker in dit patroon terechtkomen.
In het tweede deel zal ik, aan de hand van persoonlijke praktijkvoorbeelden, ingaan op de relatie tussen hooggevoeligheid en codependentie en op het verschijnsel hoogfunctionerende codependentie.
Wil je meer bewustzijn en kennis van jezelf? Wil je werken aan je valkuilen? Licht laten schijnen op je schaduwkanten? Jouw eigen, unieke pad vinden en trouw zijn aan jezelf? Ik help je er graag bij. Al dan niet wandelend. Stuur me een mailtje en ik neem contact met je op.
Deel 3 van de Nederlandse vertaling die ik maakte van het interview met John Welwood zoals in 2011 gepubliceerd in Tricycle Magazine (lees hier Deel 1 en Deel 2).
Welwood gebruikte de term spiritual bypassing voor onze misplaatste pogingen om boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen, vóórdat we die echt helemaal aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten.
In dit deel van het interview – met als volledige titel Human Nature, Buddha Nature: On Spiritual Bypassing, Relationship, and the Dharma. An interview with John Welwood by Tina Fossella – vertelt hij over het gevaar van het niet serieus nemen van gevoelens:
Wat zijn de gevolgen van het negeren van je gevoelens?
Vanuit mijn perspectief als existentieel psycholoog is gevoel een vorm van intelligentie. Het is de directe, holistische, intuïtieve manier van het lichaam om te weten en te reageren, die zeer afgestemd en intelligent is. In tegenstelling tot emotionaliteit, wat een reactie is die jou meesleurt, helpt gevoel je om naar binnen te gaan en verbinding te maken met waar je bent.
Helaas maakt het traditionele boeddhisme geen duidelijk onderscheid tussen gevoel en emotie, dus worden ze vaak op één hoop gegooid als iets egoïstisch dat overwonnen moet worden.
Welke tools of methoden zijn volgens u effectief voor het omgaan met moeilijke gevoelens en relationele problemen?
Ik heb een proces ontwikkeld dat ‘onvoorwaardelijke aanwezigheid’ heet, wat inhoudt dat je contact maakt met, toestaat, je openstelt voor en je zelfs overgeeft aan wat je ervaart. Tijdens dit proces help ik mensen om diep in hun gevoelde ervaring te duiken en die zich geleidelijk te laten openbaren en ontvouwen, stap voor stap. Ik noem dit ‘tracking and unpacking‘.
Je volgt het proces van het huidige ervaren, je volgt het nauwlettend en kijkt waar het je naartoe leidt. En dan pak je de overtuigingen, identiteiten en gevoelens uit die onbewust of impliciet aanwezig zijn in wat je ervaart. Wanneer we op deze manier bewustzijn brengen naar onze ervaring, is het alsof je een verwarde bol garen ontrafelt: de verschillende knopen komen geleidelijk tevoorschijn en worden één voor één ontward.
Als resultaat hiervan merken we dat we aanwezig kunnen zijn op plekken waar we afwezig waren of losgekoppeld waren van onze ervaring. Door contact te maken met delen van onszelf die onze hulp nodig hebben, ontwikkelen we een intieme, geaarde innerlijke afstemming met onszelf. En dat kan ons weer helpen om gemakkelijker contact te maken met anderen die ook vastzitten.
Ik ben erachter gekomen dat als mensen zowel aan psychologisch werk als meditatie doen, die twee elkaar over en weer op gunstige, synergetische manieren kunnen aanvullen. Samen zorgen ze voor een reis die zowel heling als ontwaking omvat. Soms is de ene manier van werken geschikter om met een bepaalde situatie in ons leven om te gaan, soms de andere.
Wat voor rol speelt compassie in deze benadering?
Het woord compassie betekent letterlijk ‘meevoelen’. Je kunt geen compassie hebben als je niet eerst bereid bent om te voelen wat je voelt. Openstaan voor wat je voelt, brengt een bepaalde rauwheid en tederheid tevoorschijn – dat wat Trungpa Rinpoche ‘de zachte plek’ noemde en wat het zaadje is voor bodhicitta (een geest/hart vol liefde/zachtheid).
Het is iets kwetsbaars.
Ja. Dat is het teken dat je dichter bij bodhicitta komt. Ook die rauwheid is behoorlijk humbling. Zelfs als we al tientallen jaren aan spirituele beoefening doen, komen er nog steeds van die grote, rauwe, rommelige gevoelens naar boven – misschien een diep reservoir van verdriet of hulpeloosheid.
Maar als we deze gevoelens kunnen erkennen en onszelf er volledig voor openstellen, bewegen we naar een grotere openheid toe, op een manier die gegrond is in onze menselijkheid. We rijpen tot een oprecht persoon door te leren ruimte te maken voor het volledige scala aan ervaringen die we doormaken.
Hoe weet je of je niet aan het zwelgen bent in gevoelens?
Een bekende vraag. Zwelgen is vastzitten in een fixatie die gevoed wordt door het steeds opnieuw herhalen van bekende verhalen in je hoofd. Onvoorwaardelijke aanwezigheid daarentegen gaat over het openstaan voor een gevoel, in plaats van verstrikt te raken in verhalen over dat gevoel.
Als het gevoel bijvoorbeeld verdriet is, kan zwelgen inhouden dat je je fixeert op een verhaal als ‘arme ik’, in plaats van in direct contact te komen met het werkelijke verdriet zelf. Dus in je gevoel duiken klinkt misschien als zwelgen, maar ik zou de bereidheid om je ervaring volledig en open tegemoet te treden een vorm van onverschrokkenheid noemen.
Trungpa Rinpoche leerde dat onverschrokkenheid de bereidheid is om je angst tegemoet te treden en te voelen. We zouden dat kunnen uitbreiden door te zeggen dat onverschrokkenheid de bereidheid is om tegemoet te treden, onder ogen te zien, op te nemen, ruimte te maken voor, te verwelkomen, toe te staan, je open te stellen voor en je zelfs over te geven aan wat we ook maar ervaren.
Eigenlijk is het heel dapper om je behoefte aan gezonde hechting en verbondenheid te erkennen, te voelen en ervoor open te staan, bijvoorbeeld als je relationeel gewond bent. Erin zwelgen daarentegen betekent dat je je op die behoefte fixeert en je erdoor laat leiden.
Wat zou onze sangha’s helpen bij het ontwikkelen van betere communicatie en meer emotionele transparantie?
We moeten werken aan relaties. Ik zie relaties als de voorhoede van de huidige menselijke evolutie. Het is de arena waar het het moeilijkst is om bewust en wakker te blijven.
We zouden kunnen beginnen met het erkennen van het feit dat spirituele gemeenschappen onderhevig zijn aan dezelfde onbewuste groepsdynamieken waaraan elke groep onderhevig is. Mensen in groepen triggeren onvermijdelijk elkaars relationele wonden en reactiviteit. Het is belangrijk om te zien dat alles waarop we reageren bij anderen, een spiegel is van iets wat we niet erkennen in onszelf. Dit duidelijk herkennen en erkennen kan ons helpen om beter met communicatieproblemen in de sangha om te gaan.
Dus mensen moeten hun eigen persoonlijke werk doen?
In samenhang met hun spirituele beoefening ja. Misschien moeten we in westerse dharmagemeenschappen een aantal eenvoudige manieren ontwikkelen om mensen te helpen bij hun psychologische werk.
We moeten ook leren hoe we persoonlijk en eerlijk met elkaar kunnen praten, vanuit de huidige ervaring, in plaats van het napraten van de leringen over wat we denken dat we zouden moeten ervaren. En er is nodig wat Thich Nhat Hanh ‘diep luisteren’ noemt, gebaseerd op het leren luisteren naar onze eigen ervaring. Afgestemd luisteren is een heilige activiteit: een vorm van overgave, ontvangen, toelaten. We moeten dit erkennen als onderdeel van ons spirituele werk.
Thich Nhat Hanh zei dat liefhebben luisteren is.
Ja. Het is nodig dat we een grote tolerantie en waardering ontwikkelen voor de verschillende persoonlijke stijlen waarmee we de dharma belichamen. Want als we genoegen nemen met een one-size-fits-all dharma, zijn we gedoemd tot eindeloze ‘ik-ben-heiliger-dan-jij’-wedstrijdjes en beter proberen te zijn dan een ander.
Hoewel we allemaal de dharma vereren, hebben we allemaal verschillende manieren om dat te belichamen en uit te drukken. Dus leve het verschil, want dat is iets moois. Het eren van individuele verschillen zou enorm kunnen helpen bij het verminderen van interne strijd binnen de sangha.
En dan nog een laatste vraag over gehechtheid in relaties: zegt u dat je om echt onthecht te zijn, eerst gehecht moet zijn?
Vanuit de menselijke evolutie bekeken is onthechting een leer voor gevorderden. Ik denk dat we in staat moeten zijn tot een bevredigende menselijke hechting voordat ware onthechting mogelijk is. Anders zal iemand die onveilig gehecht is onthechting waarschijnlijk verwarren met vermijdend hechtingsgedrag.
Voor vermijdende types is hechting eigenlijk bedreigend en eng. Dus voor vermijdende types zou heling inhouden dat je bereid bent en in staat bent om je behoeften aan menselijke verbondenheid te voelen, in plaats van ze spiritueel te omzeilen. Pas als dat gebeurt, begint onthechting enige zin te krijgen.
De overleden Dzogchen-meester Chagdud Tulku zei ooit iets heel krachtigs over de relatie tussen gehechtheid en onthechting. Hij zei: ‘Mensen vragen me vaak of lama’s gehechtheden hebben. Ik weet niet wat andere lama’s hierop zouden antwoorden, maar ik moet zeggen: ja. Ik besef dat mijn studenten, mijn familie, mijn land geen inherente realiteit hebben, en toch blijf ik diep aan ze gehecht. Ik besef dat mijn gehechtheid geen inherente realiteit heeft, en toch kan ik de ervaring ervan niet ontkennen.’ En hij besluit hiermee: ‘Desondanks weet ik, vanuit het besef van de lege aard van gehechtheid, dat mijn motivatie om alle voelende wezens te helpen deze gehechtheid moet overstijgen.’
Ik vind dit een prachtige verwoording van onthechte hechting. Het op deze manier opnemen van de menselijke natuur naast de boeddhanatuur (én-én), terwijl ze allebei in de grootst mogelijke context worden geplaatst, is enorm krachtig.
Deel 2 van de vertaling die ik maakte van het interview met John Welwood dat in 2011 werd gepubliceerd in Tricycle Magazine (lees Deel 1 hier). Dit beroemde interview heeft als titel Human Nature, Buddha Nature, maar gaat specifiek over het fenomeen van de ‘spirituele bypass’.
Welwood bedacht deze term voor het gebruiken van spirituele ideeën en praktijken om onze emotionele issues te omzeilen en zo boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen vóórdat we die echt aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten. Hij kwam die neiging tot spiritual bypassing tegen in de boeddhistische gemeenschap waar hij deel van uitmaakte en ook in zichzelf.
John Welwood vertelt verder over de menselijke natuur en de boeddhanatuur:
De grote paradox van zowel mens zijn als boeddha zijn, is dat we zowel afhankelijk als onafhankelijk zijn. Een deel van ons is voor alles volledig afhankelijk van mensen, van eten en kleding tot liefde, verbondenheid, inspiratie en hulp bij onze ontwikkeling. Ook al is onze boeddhanatuur niet afhankelijk – want dat is de ‘absolute waarheid’ –, onze menselijke belichaming is dat wel; dat is de ‘relatieve waarheid’. (cf. de boeddhistische leer van de twee waarheden: de relatieve (aardse, menselijke, tijdelijke) waarheid en de absolute, ultieme waarheid – KL)
Dus we kunnen zowel gehecht als onthecht zijn?
Ja. Onthechting leert ons iets over onze ultieme aard. Maar om uit te groeien tot een gezond mens, hebben we een basis van veilige hechting nodig in de positieve, psychologische zin. Dat betekent: hechte emotionele banden hebben met andere mensen, wat bevorderlijk is voor verbondenheid, geaarde belichaming en welzijn. Zoals de natuuronderzoeker John Muir schreef: ‘Wanneer we iets op zichzelf proberen te onderscheiden, blijkt het met duizend onzichtbare en onbreekbare koorden vast te zitten aan al het andere in het universum.’ Op dezelfde manier kan de hand niet functioneren tenzij hij vastzit aan de arm – dat is gehechtheid in de positieve zin. We zijn onderling verbonden, verweven en onderling afhankelijk van alles in het universum. Op menselijk niveau kunnen we niet anders dan ons enigszins gehecht te voelen aan mensen die dicht bij ons staan.
Dus het is normaal om diep te rouwen als we iemand verliezen die ons dierbaar is. Ik heb gehoord dat toen Chögyam Trungpa Rinpoche (Welwoods grote boeddhistische leermeester – KL) de herdenkingsdienst voor zijn dierbare vriend en collega Shunryu Suzuki bijwoonde, hij schreeuwde van verdriet en openlijk huilde. Hij erkende zijn nauwe banden met Suzuki Roshi en het was prachtig dat hij zijn gevoelens zo kon laten zien.
Omdat we een bepaalde vorm van gehechtheid aan anderen niet kunnen vermijden, is de vraag: ‘is dit gezonde of ongezonde hechting?’ Ongezond in psychologische termen is een onveilige hechting, want die leidt ofwel tot angst voor nauw persoonlijk contact of tot een obsessie ermee. Mensen die opgroeien met een veilige hechting zijn meer vertrouwend, waardoor ze interessant genoeg veel minder geneigd zijn om zich aan anderen vast te klampen. Misschien kunnen we dat wel ‘onthechte hechting’ noemen.
Helaas kunnen we onthechting gemakkelijk verwarren met het vermijden van hechting. Het vermijden van hechting is echter geen vrijheid van hechting. Het is een andere vorm van vastklampen: vastklampen aan de ontkenning van je menselijke hechtingsbehoeften, vanuit een wantrouwen dat liefde betrouwbaar is.
Dus het vermijden van hechtingsbehoeftenis een andere vorm van gehechtheid?
Ja. De hechtingstheorie binnen de ontwikkelingspsychologie onderscheidt een vorm van onveilige hechting die een ‘vermijdende hechtingsstijl’ wordt genoemd. De vermijdende hechtingsstijl ontstaat bij kinderen van wie de ouders consequent emotioneel afwezig zijn. Deze kinderen leren voor zichzelf te zorgen en niets van anderen nodig te hebben. Dat is hun aanpassings-/overlevingsstrategie – en op zich een slimme en nuttige. Want als je behoeften niet vervuld worden, is het te pijnlijk om ze te blijven voelen. Je kunt je er maar beter van afwenden en zelf een op zichzelf staande compenserende identiteit ontwikkelen.
Wat gebeurt er in een sanghagemeenschap als veel leden een vermijdende hechtingsstijl hebben?
Vermijdende types hebben de neiging om de behoeften van anderen af te wijzen omdat ze hun eigen behoeften afwijzen.
Zou dit een verklaring kunnen zijn voor een deel van de relationele problemen in onze sangha‘s?
Absoluut. Het zorgt ervoor dat mensen zich gerechtvaardigd voelen om elkaars gevoelens en behoeften niet te respecteren. Het is niet verrassend dat ‘behoefte’ vaak een soort vies woord is in spirituele gemeenschappen.
Mensen voelen zich niet vrij om te zeggen wat ze willen?
Juist. Je zegt niet wat je wilt omdat je niet als behoeftig gezien wilt worden. Je probeert onthecht te zijn. Maar dat is als een onrijpe vrucht die probeert zich los te maken van de tak in plaats van te ontvangen wat hij nodig heeft zodat hij op een natuurlijke manier kan rijpen en loslaten. Als onze spirituele beoefening ver vooruitloopt op onze menselijke ontwikkeling, rijpen we niet volledig. Onze beoefening is misschien wel rijp, maar ons leven niet. En er is een bepaald punt waarop die kloof heel pijnlijk wordt.
Dus eigenlijk zegt u dat spiritueel bypassen niet alleen onze dharmabeoefening corrumpeert, maar ook onze rijping tot hele en geïntegreerde mensen tegenhoudt?
Ja. Een manier waarop het de ontwikkeling tegenhoudt, is door van spirituele leringen voorschriften te maken wat je zou moeten doen, hoe je zou moeten denken, hoe je zou moeten spreken, hoe je je zou moeten voelen. Dan wordt onze spirituele praktijk overgenomen door een soort spiritueel superego; de stem die ‘zou moeten’ in ons oor fluistert. Dat is een groot obstakel voor rijping, omdat het ons gevoel van tekortschieten voedt.
Een Indiase leraar wiens werk ik bewonder, Swami Prajnanpada, zei dat ‘idealisme een daad van geweld is’. Proberen te leven naar een ideaal in plaats van authentiek te zijn waar je bent, kan een vorm van innerlijk geweld worden als dit jou in tweeën splitst en het de ene kant tegen de andere opzet. Wanneer we onze spirituele praktijken gebruiken om ‘goed te zijn’ en om een onderliggend gevoel van tekortkoming of onwaardigheid af te weren, dan verandert het in een soort kruistocht.
Het onderstaande artikel is de vertaling die ik maakte van het interview met John Welwood zoals dat in 2011 werd gepubliceerd in Tricycle Magazine.
John Welwood (overleden in 2019) was een pionier als het gaat om de relatie tussen westerse psychotherapie en boeddhistische beoefening. Zijn idee van spiritual bypassing oftewel de spirituele bypass – het spiritueel voorbijgaan aan onze menselijke issues – is een sleutelconcept geworden voor wie de valkuilen van spirituele beoefening wil begrijpen.
Psychotherapeut Tina Fossella (wier vragen ik hieronder zal cursiveren) besprak met Welwood hoe dit concept zich ontwikkelde nadat hij het in de jaren 80 introduceerde:
U introduceerde de term ‘spiritual bypassing’ 30 jaar geleden. Voor wie niet bekend is met het concept: kunt u uitleggen wat dit betekent?
Ik gebruikte de term ‘spiritual bypassing’ voor het eerst om een proces te beschrijven dat ik in mijn boeddhistische gemeenschap en ook in mezelf zag gebeuren. Ook al probeerden de meesten van ons oprecht aan zichzelf te werken, toch zag ik een wijdverbreide neiging om spirituele ideeën en praktijken te gebruiken om het aankijken van onopgeloste emotionele issues, psychische wonden en onafgeronde (zelf)ontwikkelingsprocessen uit de weg te gaan.
Bij een spirituele bypass gebruiken we vaak het doel van verlichting of bevrijding om boven de rauwe en rommelige kant van ons mens-zijn uit te stijgen, vóórdat we die echt helemaal aangekeken hebben en er vrede mee hebben gesloten. We kunnen ons idee van ‘absolute waarheid’ ook gebruiken om op ‘relatieve’ menselijke behoeften, gevoelens, psychologische en relationele problemen en ontwikkelingsachterstanden neer te kijken, ze weg te relativeren of te verwerpen.
Dat zie ik als een fundamenteel gevaar van het spirituele pad, in die zin dat spiritualiteit de neiging heeft om voorbij te gaan aan onze huidige karmische situatie.
Wat is het gevaar daarvan?
Proberen voorbij onze psychologische en emotionele problemen te komen door ze te omzeilen is gevaarlijk. Het veroorzaakt een ongezonde kloof tussen de boeddha en de mens in ons.
En het leidt tot een conceptueel, eenzijdig soort spiritualiteit waarbij de ene polariteit van het leven wordt verheven ten koste van de andere: absolute waarheid krijgt de voorkeur boven relatieve waarheid, het onpersoonlijke boven het persoonlijke, leegte boven vorm, transcendentie boven belichaming en onthechting boven gevoel.
Je kunt bijvoorbeeld wel proberen te onthechten door je behoefte aan liefde af te wijzen, maar dit duwt de behoefte aan liefde ondergronds. Vervolgens vindt deze waarschijnlijk op heimelijke, onbewuste en mogelijk schadelijke manieren een uitweg.
Wat interesseert u tegenwoordig het meest aan de spirituele bypass?
Hoe die uitpakt in relaties. Want dat is waar de spirituele bypass vaak de grootste schade aanricht. Als je een yogi zou zijn die jarenlang soloretraites doet in een grot, dan zal je psychische beschadiging waarschijnlijk minder opspelen omdat je focus volledig op de beoefening ligt. Maar in relaties komen onze onopgeloste psychische problemen het meest intens naar voren. Dat komt omdat deze wonden altijd relationeel zijn: ze zijn ontstaan in en door onze relaties met onze vroege verzorgers.
De meest wezenlijke psychische wond, die alomtegenwoordig is in onze moderne wereld, komt doordat wij ons niet geliefd voelen of denken dat we geen liefde waard zijn zoals we zijn. Onvoldoende liefde of afstemming is schokkend en traumatisch voor het in ontwikkeling zijnde, hoogsensitieve zenuwstelsel van een kind. Het schaadt ons vermogen om onszelf te waarderen, wat ook weer de basis is voor het waarderen van anderen. Ik noem dit de ‘relationele wond’ of de ‘wond van het hart.’
Er is een hele reeks studies en onderzoeken in de westerse psychologie die laten zien hoeveel impact hechte binding en liefdevolle afstemming – wat bekend staat als ‘veilige hechting’ – hebben op elk aspect van de menselijke ontwikkeling. Veilige hechting heeft een enorm effect op veel aspecten van onze gezondheid, ons welzijn en het vermogen om effectief te functioneren in de wereld: hoe onze hersenen zich vormen, hoe goed ons hormonale en immuunsysteem functioneren, hoe we met emoties omgaan, hoe vatbaar we zijn voor depressie, hoe ons zenuwstelsel functioneert en met stress omgaat en hoe we met anderen omgaan.
De moderne cultuur en opvoeding van kinderen maakt dat de meeste mensen lijden aan symptomen van onveilige hechting. Denk aan zelfhaat, weinig contact met het lichaam, gebrek aan gronding, voortdurende onzekerheid en angst, een overactieve geest, het onvermogen tot diep vertrouwen en een diep gevoel van innerlijk tekortschieten.
Daardoor lijden de meesten van ons aan een hoge mate van vervreemding en dissociatie die men in vroeger tijden niet kende – een dissociatie van de maatschappij, gemeenschap, familie, van vorige generaties, natuur, religie, traditie, van ons lichaam, onze gevoelens en onze menselijkheid zelf.
Hoe relevant is dit voor hoe wij de dharma (=de leer van oosterse wijsheidstradities) beoefenen?
Velen van ons komen bij de dharma terecht omdat we die, gedeeltelijk althans, als een manier zien om over de pijn van onze psychologische en relationele wonden heen te komen. Maar we ontkennen de aard of omvang van deze verwondingen vaak, of zijn ons er überhaupt niet bewust van. Daardoor kan de identiteit van een ‘goede’ spirituele beoefenaar een compensatie worden voor onze onderliggende ’tekortschietende’ identiteit.
De identiteit die ons slecht doet voelen over onszelf, dat we niet goed genoeg zijn en tekortschieten, wordt toegedekt. Dan kan onze spirituele beoefening, hoe ijverig we ook ons best doen, worden gebruikt voor ontkenning en afweer. En wanneer spirituele beoefening wordt gebruikt om onze echte menselijke problemen te omzeilen, staat deze los en raakt zij niet geïntegreerd in ons algehele functioneren.
Kunt u nog wat meer voorbeelden geven van spirituele bypassing bij westerse beoefenaars?
In mijn psychotherapiepraktijk werk ik vaak met dharmastudenten die al tientallen jaren oefenen. Vaak hebben ze wel vriendelijkheid en mededogen voor anderen ontwikkeld, maar zijn ze streng voor zichzelf omdat ze niet voldoen aan hun spirituele idealen en is hun beoefening ongeïnspireerd en formeel geworden. Of het dienen van anderen is een plicht geworden of een poging om zich goed over zichzelf te voelen. En weer anderen gebruiken onbewust hun grote spiritualiteit om zich op een narcistische manier op te blazen en anderen te manipuleren.
Mensen met aanleg voor depressie, die als kind met onvoldoende liefdevolle afstemming zijn opgegroeid en moeite hebben om zichzelf te waarderen, kunnen de leer van het niet-zelf gebruiken om zich nóg minder waardevol te voelen. Ze voelen zich dan niet alleen slecht over zichzelf, maar beschouwen hun onzekerheid over of ze wel oké zijn ook nog eens als een fout – een vorm van ik-fixatie die het tegenovergestelde van de dharma is – en dat wakkert hun schaamte of schuldgevoel nóg verder aan.
Ook meditatie wordt vaak gebruikt om ongemakkelijke gevoelens en onopgeloste levenskwesties uit de weg te gaan. Voor mensen die hun persoonlijke gevoelens of wonden ontkennen en het moeilijk vinden om zich op een persoonlijke transparante manier uit te drukken, kan meditatiebeoefening hun neiging tot dissociatie en ontkoppeling versterken. Het kan voor mensen op een spiritueel pad behoorlijk bedreigend zijn om onze verwondingen, emotionele afhankelijkheid of primaire behoefte aan liefde onder ogen te moeten zien.
Ik heb vaak gezien hoe mensen onthechting gebruiken om zich af te sluiten van hun menselijke en emotionele kwetsbaarheden. Het is pijnlijk om te zien hoe iemand onthecht probeert te zijn terwijl hij daaronder eigenlijk snakt naar positieve ervaringen van binding en verbinding.
Dus hoe verzoenen we dat ideaal van onthechting met de behoefte aan menselijke hechting?
Goeie vraag. We hebben een breder perspectief nodig dat twee verschillende sporen van menselijke ontwikkeling erkent en omvat. Die kunnen we ‘opgroeien én wakker worden’, ‘helen én ontwaken’ of ‘een echt menselijk persoon worden én de persoon helemaal overstijgen’ noemen. We zijn niet alleen maar mensen die leren om boeddha’s te worden, maar ook boeddha’s die ontwaken in een menselijke vorm en leren om volledig mens te worden. Deze twee sporen van ontwikkeling kunnen elkaar over en weer verrijken.
Met een perspectief dat beide ontwikkelingssporen omvat, zullen we onze ideeën over een absolute waarheid niet gebruiken om op relatieve, persoonlijke gevoelens en de behoefte aan verbinding neer te kijken. Ook al hebben persoonlijke gevoelens en behoeftes dan misschien geen solide of ultieme realiteit, het opzijschuiven ervan leidt vaak tot grote psychologische problemen.
Ook is het mogelijk om met korting een traject van 5x af te nemen:
5x een sessie van 100-120 minuten voor €400
Sessies zijn mogelijk in zowel Amsterdam als Alphen aan den Rijn.
Coaching valt niet onder gezondheidszorg en er geldt dus geen vergoeding door de zorgverzekering. Ik hanteer geen wachtlijst; je kunt direct bij mij terecht, zonder wachttijd. Mijn grootste kracht ligt in het werken met meisjes en vrouwen ‘van 10 tot 80’.
Ik ben ook van plan om tzt met groepjes coaching te gaan starten, zodat eea nog toegankelijker wordt voor iedereen. Vraag me naar de mogelijkheden!
Mijn geestelijke begeleiding valt niet onder de noemer gezondheidszorg. Er is dus geen vergoeding door de zorgverzekering. Ik hanteer een zeer toegankelijk tarief. Bovendien hanteer ik geen wachtlijst; je kunt direct bij mij terecht, zonder wachttijd.
Het liefst help ik jou tijdens het wandelen. Dat praat makkelijker, is laagdrempelig en geeft ons letterlijk lucht, licht en de broodnodige beweging. Ik ben naast Amsterdam en omstreken ook werkzaam in Alphen aan den Rijn.
Geen doorverwijzing nodig
Je hebt geen verwijzing van de huisarts nodig. Afspraak maken? Mail me voor meer info of een eerste wandelafspraak:
Qua opleidingen heb ik o.a. een masterstudie Communicatiewetenschap (Universiteit van Amsterdam) en een masterstudie Theologie/Interreligieuze Dialoog (Universiteit van Tilburg) afgerond. Daarna(ast) heb ik nog een heel ander pad afgelegd; ik ben benieuwd naar jouw pad en wat ik daarop voor jou kan betekenen.